Logistiek

De gemeente Tilburg richt een zero-emissiezone in. Waar loopt de gemeente zoal tegenaan bij het bepalen van de laadbehoefte? Michiel de Voogd, beleidsmedewerker Luchtkwaliteit gemeente Tilburg geeft drie tips.

  1. Begin op tijd. De inrichting van een zero-emissiezone is een heel grote verandering voor de stad. Als je al een milieuzone hebt, zoals wij, heb je een grote voorsprong. Maar dan nog is het een complex project.
  2. Probeer niet zelf het wiel uit te vinden. Onderzoek doen naar de laadbehoefte is specialistenwerk, ga daar niet als gemeente zelf aan beginnen. Als de blauwdruk van Tilburg klaar is, zijn die gegevens voor veel gemeenten te gebruiken. Dat is ook in het belang van de vervoerssector: die krijgt het lastig als elke stad zelf iets gaat ontwikkelen.
  3. Polderen moet. We overleggen met veel partijen. En dat moet ook, want anders kom je er niet. Als je een zero-emissiezone invoert, moet iedereen erachter staan. Ga in gesprek met het MKB over wat er op ze afkomt. Wij laten onderzoek doen om in kaart te brengen hoe zzp’ers zich voorbereiden op de transitie naar emissieloos vervoer. Die groep willen we juist ook horen, want die zijn het meest kwetsbaar.

Meer is te lezen in de studie naar betekenis van de ZE stadslogistiek in Tilburg voor de laadbehoefte. Lees ook het kennisartikel Zo bepaal je de laadbehoefte voor gemeenten.

Een belangrijke stap voor gemeenten met ZE-ambities is om een beeld te krijgen welke logistieke stromen zich goed lenen voor elektrisch vervoer en hoe zich dat vertaalt naar de laadbehoefte binnen de gemeente. In dit kennisartikel wordt stapsgewijs toegelicht hoe gemeenten dit kunnen aanpakken.  

Een eerste bron om de ontwikkeling van de logistieke laadvraag binnen gemeenten te verkennen zijn de Outlooks van ElaadNL. In de Outlook voor bestelbussen staat een schatting van de laadvraag tot 2035 op buurtniveau. Gemeenten kunnen deze logistieke laadvraag op buurtniveau opvragen via hun NAL-regio. De prognoses zijn tot stand gekomen op basis van diverse aannames die aanzienlijk kunnen verschillen met de praktijk. Daarom is het advies om hier meer onderzoek naar te doen aan de hand van onderstaande stappen.

Stap 1: Hoe ziet de logistiek er in mijn gemeente uit?
De transportbewegingen van, naar en binnen een gemeente zijn overal verschillend. Daarmee varieert de logistieke laadbehoefte ook per gemeente. Het is daarom goed om eerst een logistiek profiel van de gemeente op te stellen. Daarbij gaat het om antwoorden op vragen als:

  • Hoeveel bedrijventerreinen en geconcentreerde bedrijfslocaties zijn er?
  • Welke logistieke sectoren zijn vertegenwoordigd (bijvoorbeeld op- en overslag, groothandels)?
  • Om hoeveel bestel- en vrachtwagens gaat het (ordegrootte)?

Concreet kan de gemeente een overzicht van bedrijven opstellen, opgesplitst in type segment en type voertuigen (bestel- versus vrachtwagen). Per sector kan uitgevraagd worden hoeveel interesse er is over te stappen naar elektrisch (zie voorbeeld provincie Gelderland in figuur 1). Dit geeft een eerste indicatie van de mogelijke omvang van ZE-logistiek binnen de gemeente.

Figuur 1 Aantal bedrijven met interesse in Elektrisch vervoer per sector en type voertuig (Buck Consultants, 2020)

Aandachtspunten logistieke analyse in gemeente:

  • Kijk breder dan logistieke vervoerders alleen. Ook service logistieke bedrijven, chemische bedrijven, postbedrijf/bezorgingen installatiebedrijven hebben een eigen wagenpark, dat in aanmerking komt voor elektrische alternatieven en moet voldoen aan emissie-eisen binnen de ZE-zones.
  • Kijk ook naar vervoer vanuit/naar de regio. Vervoersstromen die vanuit de regio een gemeente bezoeken kunnen gebaat zijn bij (semi-)publieke laadpunten om de stap naar elektrisch te maken.

Waar haal je de data vandaan?

Het opstellen van een laadprofiel is veel werk. Bruikbare bronnen hiervoor zijn:

  • Eigen diensten: vooral afdelingen Economie, Industrie en Ruimtelijke Ordening hebben veel informatie over bedrijvigheid en sectoren binnen de gemeente.
  • Logistiek makelaars: zij kunnen helpen om zicht te krijgen op logistieke bedrijven in een regio.
  • Omliggende gemeenten en provincie: deze hebben meer regionale informatie over voertuigbewegingen en kunnen kennis uitwisselen, bijvoorbeeld in het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNM).
  • Gesprekken met koplopers: deze kunnen helpen om ervaringen, kansen en knelpunten rond ZE-logistiek te verzamelen.
  • Adviesbureaus: zij kunnen ondersteunen met zowel kwalitatieve als kwantitatieve analyses.

Stap 2: Waar liggen concrete kansen voor elektrische voertuigen?
Met meer zicht op het aantal en type logistieke voertuigen binnen gemeentegrenzen kan een gemeente vervolgens verkennen in hoeverre deze in aanmerking komen voor elektrische varianten. Dit verschilt per voertuig.

Kosten en baten van elektrisch rijden

Een bruikbare tool voor logistiek is de Online Simulator Elektrisch Rijden, bedoeld voor ondernemers om de kosten en baten van elektrisch rijden op basis van enkele aannames te verkennen.

Relevant hierbij zijn de ritprofielen: de dagelijkse ritafstanden, herkomst en bestemming, laad- en lostijden. Die hebben veel invloed op de technische en economische haalbaarheid van een elektrische variant. Zo komen voertuigen die gemiddeld kleinere afstanden afleggen sneller in aanmerking voor elektrisch. Voorspelbare ritten zijn ook gunstiger omdat laadmomenten dan beter zijn te plannen. Wat ook helpt is de mogelijkheid om tussentijds bij te laden, bijvoorbeeld bij klanten.

Impact van zero-emissiezones voor omliggende gemeenten
ZE-zones hebben effect op bedrijven binnen én buiten de gemeente, en gaan dus ook tot laadvraag leiden binnen en buiten de gemeente. Binnen een studie van Connekt uit 2019 is voor Amsterdam verkend waar laadvraag is te verwachten als gevolg van de ingestelde ZE-zone in 2030. Daaruit blijkt dat omliggende steden en dorpen zich moeten voorbereiden op een toenemende vraag naar voldoende (publieke) laadinfra.

Figuur 2 Laadvraag in de regio Amsterdam als gevolg van ZE-zone in Amsterdam (Connekt 2019)

Vragenlijst
Het achterhalen van ritprofielen en vertalen naar realistische getallen van elektrische bestel- en vrachtvoertuigen vereist meer diepgaande expertise. Een vragenlijst onder logistieke bedrijven kan al een eerste inzicht geven in de kansen van elektrische voertuigen. Gesprekken met koplopers geven een meer gedetailleerd inzicht. Ten slotte kan veel worden geleerd van beschikbare studies van provincie Gelderland, Tilburg en Amsterdam.

Stap 3: Wat voor type laadinfrastructuur is nodig?
Uit de analyse van de eigen logistieke sector en verwachte groei van elektrische bestel- en vrachtwagens krijgt een gemeente een beeld van de te verwachten laadbehoefte. Ook maakt deze analyse duidelijk of de gewenste laadinfrastructuur privaat, publiek of een combinatie daarvan is.

Als de bouwsector en service-logistieke sector goed vertegenwoordigd zijn in een gemeente, zal er een sterke behoefte aan publiek toegankelijke laadpalen voor bestelwagens ontstaan. De gemeente kan deze helpen realiseren (bijvoorbeeld in concessies). Als er distributiecentra gevestigd zijn binnen de gemeente, dan is laadinfrastructuur op depots een goede mogelijkheid. En mochten er clusters van bedrijven zijn die veel kilometers maken, dan is het een optie om op een strategische locatie (publiek toegankelijke) snelladers te ontwikkelen.

Welk type laadinfrastructuur het beste past, hangt sterk af van de voorkeuren van de logistieke sector. Overwegingen die meespelen zijn:

  • Stroomprijs: De stroomprijs per laadoptie varieert sterk. In de regel zijn laadkosten bij snelladers hoger dan laden op publieke laadpunten. Laden op eigen depot/kantoor is vaak de goedkoopste optie, zeker als veel kilometers worden gemaakt.
  • Locatie: Tijd is geld voor transporteurs. Laadpunten op eigen terrein garanderen beschikbaarheid en voorkomen omrijd-tijd.
  • Investering in laadinfrastructuur: In het algemeen geldt: hoe hoger het laadvermogen, hoe duurder de laadinstallatie (en mogelijke netaansluiting). Bedrijven met weinig tijd om te laden kunnen de investering makkelijker terugverdienen dan een bedrijf waar ’s nachts laden voldoet. Zo bepalen de ritprofielen van de voertuigen voor een groot deel de laadsnelheid van benodigde laadpunten.
  • Gezamenlijke investering: Als vervoerders en verladers afhankelijk van elkaar zijn, is het denkbaar dat beide bijdragen aan de investering. Naast het bij elkaar brengen van deze partijen, kan de gemeente ook overwegen mee te investeren. De gemeente kan mogelijk bedingen dat de laadpunten op bepaalde tijden beschikbaar zijn voor publiek gebruik.

Bovenstaande overwegingen geven richting wat voor soort laders er nodig zijn (snel of regulier), hoe toegankelijk die moeten zijn (publiek, privaat) en hoeveel laadpunten er nodig zijn. Als vuistregel wordt aangehouden dat elektrische bestelvoertuigen zullen leiden tot een ophoging van het aantal benodigde laadpunten voor personenvoertuigen met 10%. De realisatie van publieke laadpunten komt pas in beeld als privaat en semi-publiek laden niet mogelijk is.

Meer weten?

Op 14 oktober vond het symposium Future of Charging in World Trade Center Rotterdam (WTC) plaats op initiatief van NKL met als centraal thema ‘Op weg naar zero emissie stadslogistiek’. De vijfde editie van #FOC2021 zat vol met keynote presentaties en powersessies rondom dit onderwerp. De dag werd mede mogelijk gemaakt door partners gemeente Rotterdam, Dinalog, Topsector logistiek, TKI Urban Energy en Rabobank.

Op het kennisplein stonden o.a. RVO, Leap24, ABB, Zero emission services, Jolt, Heliox, Orange gas en Openremote. Dagvoorzitter Marieke Donkervoort, strateeg in de energietransitie, trapte het symposium af met een welkom aan ruim 160 deelnemers, bestaande uit marktpartijen, kennisinstellingen en overheden. Daarna volgden een aantal keynotes over de ontwikkeling van zero emissie stadslogistiek en de uitdagingen die hierbij komen kijken. Hieruit kwam de nadruk op de snel naderende deadline van 2025. Effectief hebben we nog maar drie jaar de tijd om dertig emissieloze grote steden te realiseren. 

De keynotes van Elisabeth Post van Transport Logistiek Nederland TLN en Lucas Willems van DAF bevatten praktijkvoorbeelden die een breed beeld schetsten van de mogelijkheden en de moeilijkheden op weg naar zero emissie stadslogistiek. Alannah van ’t Hoenderdaal van Albert Heijn deelde interessante ervaringen bij het realiseren van laadinfrastructuur voor elektrisch aangedreven logistiek. In 2025 verwacht Albert Heijn 75 winkels zero-emissie te bevoorraden en door te groeien naar meer dan 100 ZE-vestigingen in 2030. Om dit te realiseren werkt Albert Heijn nu aan nieuwe systemen en hightech ‘off-grid’ oplossingen. Of Albert Heijn de eigen ZE-doelstellingen kan realiseren? Ja, maar of dit volledig kan voor alle locaties per 2030 is nog maar de vraag. De oproep van Albert Heijn is een call for action waarbij samenwerking met bijvoorbeeld de netbeheerders en overheden hard nodig zijn. 

Urgentie van samenwerken
De boodschap van Van ‘t Hoenderdaal resoneerde ook bij de aanwezige bezoekers. Men gaf aan te hopen dat de oproep van Albert Heijn door de juiste partijen gehoord wordt. De urgentie van samenwerken om de doelstellingen voor 2025 en 2030 te halen, was na het plenaire programma sterk aanwezig. Het is heel belangrijk dat er meer samenwerkingen gaan komen tussen bijvoorbeeld gemeentes en netbeheerders. Wie neemt er nu de lead?, zo klonk het. Op elkaar blijven wachten wordt een probleem. Ondanks de vele informatie heerste er ook nog veel onduidelijkheid, onder andere over het verder vormgeven van doelstellingen. Er is behoefte aan handreikingen op nationaal niveau. Er werd aangegeven dat gemeentes te verschillend zijn en dat het te ingewikkeld is om dit decentraal te beleggen.

Marieke Donkervoort (dagvoorzitter): ‘Als er in Nederland een gat in de weg zit, ontstaat er een file. Als er in India een gat in de weg zit, dan vinden ze een manier eromheen.’

IMG_9697

De Kennis- en actie-agenda LogistiekOm goed voorbereid te zijn op de verwachte groei van elektrische bestel- en vrachtvoertuigen is het van belang tijdig te starten met het scheppen van de juiste randvoorwaarden en passende logistieke laadinfrastructuur. Hiertoe presenteerde Robert van den Hoed, voorzitter van de NAL-werkgroep Logistiek, de Kennis- en actie-agenda Logistiek. Deze agenda benoemt acties die voor die laadinfrastructuur moeten zorgen, zoals het opstellen van prognoses van laadvraag op bedrijventerreinen en het realiseren van een basisnetwerk van publiek toegankelijke laadpunten voor vrachtverkeer. 

Robert van den Hoed (voorzitter van de NAL-werkgroep Logistiek): ‘Met de kennis- en actie-agenda ondersteunen we gemeenten, regio’s, bedrijven en netbeheerders om tijdig logistieke laadinfrastructuur te kunnen ontwikkelen.’

Laadlocaties voor wagenparken
Tijdens de eerste rondes powersessies konden bezoekers concrete vragen stellen en meer leren over het opladen, de netimpact en de technologische uitdagingen. Bij de powersessie van Nazir Refa, Jan van Rookhuyzen (ElaadNL) en Andrew Rutgers (ChargeSim) werden de verwachte impact van elektrische logistiek op het net en de mogelijkheden van slim laden besproken. Hierin kwam naar voren dat beleids- en marktontwikkelingen nodig zijn om de mogelijkheden zoals laadlocaties en ontwikkelingen van wagenparken te realiseren. Het verzwaren van het elektriciteitsnet is daarbij op veel plaatsen ook nodig. Een basisnetwerk voor snelladen wordt nu al mogelijk gemaakt door bedrijven. “We moeten af van kijken op bedrijfsniveau en nadenken over wat er voor het hele bedrijventerrein nodig is.”

Daarna volgde een keynote van Marie-Jose Baartmans van BREYTNER Zero Emission Transport. Baartmans besprak de huidige ontwikkelingen rondom elektrische trucs en kraanwagens én de moeilijkheden waar bedrijven als BREYTNER tegenaan lopen bij de implementatie van ZE, zoals laadpalen die niet in werking zijn of laadplekken die enkel zijn ingericht voor personenauto’s. Wel zijn er al nieuwe soorten laadmogelijkheden gerealiseerd die goed werken voor logistiek: bijvoorbeeld een laadpaal waar trucs kunnen opladen en tegelijkertijd ook hun vracht kunnen lossen.

Marie-Jose Baartmans (BREYTNER): ‘De transitie naar elektrisch rijden is groter dan het Deltaplan. Dit zijn investeringen die je niet alleen aan transport en logistiek kan overlaten. Dit zijn maatschappelijke investeringen.’

LoLa moet er komen
In de tweede ronde powersessies was aandacht voor de kansen en uitdagingen voor logistiek laden, het basisnetwerk en technologische laadoplossingen in de praktijk. Bij de powersessie van Harm-Jan Idema, Nora Prins (APPM), Sacha Scheffer (Rijkswaterstaat) en Joost Roeterdink (provincie Gelderland & Clean Energy Hubs) ging het over het basisnetwerk van laadpalen voor transport. Hoe en met wie realiseren we dit? Zonder laders geen voortuigen, maar de doorlooptijden om iets te realiseren zijn lang (doorgaans zo’n tien jaar). APPM is in opdracht van Enpuls en ElaadNL bezig met het schetsen van een basisnetwerk Logistiek Laden, genaamd LoLa. Over één punt was iedereen het eens: het basisnetwerk LoLa moet er komen.

Tijdens de laatste ronde powersessies werd bij de sessie ‘Opladen en netimpact’ met sprekers Bert van Mourik (Natuur en Milieu), Joris Knigge (Antea) en Jan Frederiks (Essent) verkend hoe het integreren van de laadvraag op distributiecentra met uitdagingen op bedrijventerreinen toch mogelijk is. De verkenning van vraag en aanbod is nodig om ook gesteld te staan voor de netimpact die dit met zich meebrengt: op veel bedrijventerreinen zal het net verzwaard moeten worden. Samenwerkingen met andere partijen op het bedrijventerrein zijn vaak niet de oplossingen, omdat hier juridische haken en ogen aan zitten. Alleen grote ondernemers zetten stappen. Essent is momenteel bezig CLIC te realiseren: een volledig operationele stadslogistieke hub, een innovatiecentrum en een complete campus in één. CLIC wordt een van de grootste laadplatforms van Nederland.

Lef en omdenkenTerugblik_FOC_zaal
Op de vraag wat bezoekers uit de dag gehaald hadden, kwam onder andere het antwoord: “Veel ruimte voor discussie, de urgentie van samenwerkingen en het eerste duwtje in de rug in het bewegen naar zero emissie stadslogistiek.” Bezoekers spraken ook over het belang van een uitgestippelde routekaart die de realisatie van de doelstellingen 2025 en 2030 makkelijker kan maken. Daarnaast werden lef en omdenken ook ruimschoots genoemd als typerend voor de energiesector.

Het symposium werd afgesloten door NKL-voorzitter Nancy Kabalt-Groot. Zij vatte met de vier trackvoorzitters Herman Wagter (gedrag), Bertien Oude Groote Beverborg (beleid), Rob Aarse (technologie) en Walther Ploos van Amstel (netimpact) de dag samen. Conclusie: leiderschap en eigen initiatief zijn belangrijk én nodig, alsook de samenwerkingen tussen de verschillende marktpartijen, kennisinstellingen, overheden
en netbeheerders. Er zijn momenteel gelukkig wel veel ontwikkelingen in omloop, zoals nieuwe laadpalen, slim laden, elektrisch aangedreven trucs en gehele laadplatforms waar elektrische trucs zonder hinder kunnen laden.

Nancy Kabalt (NKL-voorzitter): ‘We zullen creatief moeten omgaan met de mogelijkheden die de netbeheerder nu biedt, en vooral samen moeten kijken naar wat wel mogeljik is.’

Eén ding is zeker: de toekomst is elektrisch. 

 Fotografie: Astrolads

Kennis- en actieagenda logistiek biedt overzicht en slagkracht

‘Op weg naar passende laadinfrastructuur voor de logistieke sector’. Dat is de titel van de Kennis- en actie-agenda Logistieke Laadinfrastructuur, die op het Future of Charging Symposium 2021 van 14 oktober is gelanceerd. “Deze kennisagenda laat zien voor welke uitdagingen we nú staan, op weg naar zero emissie logistiek”, aldus Robert van den Hoed, voorzitter van de NAL werkgroep Logistiek.

“In de kennisagenda staan de belangrijkste acties die nodig zijn om passende laadinfrastructuur voor de logistiek te realiseren”, zo vat Van den Hoed samen. “Passend in de zin van: de juiste laadinfrastructuur op de juiste locatie op het juiste tijdstip. Het hele plaatje moet kloppen. Als dat lukt, dan hebben we belangrijke randvoorwaarden gecreëerd voor de logistieke sector om de stap naar een elektrische aandrijving te maken.”

‘We hebben nu een state-of-the-art overzicht van de urgente vragen.’ 

De werkgroepvoorzitter is verheugd dat de agenda er ligt. “Bij de logistieke sector, commerciële aanbieders van laadinfrastructuur en beleidsmakers leefden veel vragen: wie pakt dit op, wie neemt de regie, hoe voorkomen we dubbelingen? Nu hebben we een centrale plek; een state-of-the-art overzicht van de urgente vragen. Ik ben er trots op dat we met álle stakeholders – overheden maar ook commerciële aanbieders – tot deze lijst zijn gekomen. En dat we een organisatie hebben opgezet om de agenda continu te upgraden. Dat geeft slagkracht, zodat we de agenda ook kunnen uitvoeren.”

Wie doet wat?
De agenda maakt ook inzichtelijk wie wat doet. Van den Hoed: “De NAL werkgroep Logistiek richt zich puur op de laadinfrastructuur. Niet op ‘de wielen’ of subsidieregelingen voor elektrische voertuigen. Aan die heldere afbakening was behoefte. Nu weet iedereen waar we de komende jaren aan werken.”

‘Op naar de uitvoering!’

De agenda is een feit, de organisatie staat paraat, hoe nu verder? “Op naar de uitvoering!”, antwoordt de werkgroepvoorzitter. “En daar zijn we nu al mee bezig. De kennisagenda bevat vijf actielijnen met een set van concrete en praktische onderzoeken en op te leveren producten, een en ander mogelijk gemaakt door het ministerie IenW. Diverse onderzoeken zijn al gestart. Een voorbeeld is een methodiek om de laadvraag op bedrijventerreinen te achterhalen. Of de basisset eisen waaraan snellaadinfrastructuur moet voldoen. Stuk voor stuk onderzoeken waarvan de sector zegt: dit moeten we nú weten om stappen te zetten. En dat is precies de kracht van deze agenda.”  

Op 14 oktober 2021 is de Kennis- en actie-agenda Logistieke Laadinfrastructuur gelanceerd tijdens het Future of Charging Symposium. De agenda bevat de kennisvragen en acties die nodig zijn om op succesvolle wijze een passende logistieke laadinfrastructuur te realiseren. Het document is bedoeld voor partijen in de logistieke sector die zich voorbereiden op elektrisch rijden, voor beleidsmakers die bezig zijn met planning en realisatie van laadinfrastructuur en partijen in de keten van elektrisch rijden en laadinfrastructuur.

De agenda bevat vijf actielijnen:

  1. Prognoses: Waar en wanneer kan logistieke laadvraag worden verwacht? En met welke impact op het net, op zowel publieke als private locaties?
  2. Publieke stimulering van logistiek laden: Welke ondersteuning van lokale overheden is nodig bij het faciliteren van logistiek laden; zowel in het publieke als private domein?
  3. Privaat logistiek laden: Hoe zit het met standaarden, veiligheid, netimpact en basiseisen voor logistieke partijen ten aanzien van private laadoplossingen?
  4. Basisnetwerk voor de logistieke laadvraag: Hoe zetten we een publiek toegankelijk basisnetwerk van laadvoorzieningen op voor bestel- en vrachtvoertuigen?
  5. Laden op bouwlocaties: Hoe realiseren we meer mobiele laadoplossingen op bouwplaatsen (o.a. zwaar bouwtransport en elektrische voertuigen voor grond-, weg- en waterbouw)?

Meer weten?

Na het personenvervoer zal ook de logistieke sector het wagenpark meer en meer gaan elektrificeren. Zo’n 80 procent van de laadvraag van elektrische bestelauto’s en trucks gaat plaatsvinden op bedrijventerreinen. Maar op welke bedrijventerreinen precies? Hoe groot is de laadvraag per locatie? En hoe verhoudt die laadvraag zich tot de capaciteit van bestaande netaansluitingen? Om meer inzicht te krijgen werkt de NAL-werkgroep Logistiek aan een nationale prognosekaart laadvraag voor bedrijventerreinen. In de NKL-Kennisshow van 30 september werd een update gegeven over dit project.

De eerste stap om te komen tot een nationale prognosekaart is het opstellen van een methodiek om op basis van bestaande data iets te zeggen over de laadprognoses op bedrijventerreinen. De opdracht wordt uitgevoerd door Districon en CE Delft. “Met prognosekaarten proberen we netbeheerders inzicht te bieden waar het elektriciteitsnetwerk toereikend is of verzwaard moet worden”, vertelde Sanne Aelfers namens het onderzoeksteam. Aan de basis van de methodiek – die in oktober wordt opgeleverd – staat bestaande data van het CBS over de standplaats van elektrische voertuigen die op een bedrijventerrein overnachten (en dus laden). Met die informatie kun je de laadbehoefte op een bedrijventerrein berekenen en daarmee ook de voor netbeheerders essentiële vermogensvraag.

Driestappenplan
Robert van den Hoed, voorzitter van de NAL-werkgroep Logistiek, legde uit dat er sprake is van een driestappenplan. “Stap 1 is vaststellen of de methodiek werkt om op basis van bestaande CBS-data waardevolle prognoses te maken van de laadvraag bij een bepaalde mate van elektrificatie op bedrijventerreinen. Stap 2 is het toepassen van die methodiek op de bedrijventerreinen en daarmee een nationale prognosekaart samen te stellen. Stap 3 is het vaststellen van de hotspots in Nederland, waarvan we weten dat de elektrificatie mogelijk pijn gaat doen omdat de grenzen van de energiecapaciteit worden bereikt. Pas dan kun je écht in oplossingen gaan denken.”

Springen
De prognosekaart is overigens niet alleen relevant voor netbeheerders, maar ook voor gemeenten. “De verwachte elektrificatie op bedrijventerreinen staat nog onvoldoende op ons netvlies”, bekende Matthijs Kok, projectleider Elektrisch Vervoer en Nieuwe Energie bij de gemeente Utrecht. “We weten echt niet waar die elektrificatie gaat landen, hoe het eruit gaat zien en wat wij als gemeente moeten doen. Wat dat betreft staan wij te springen om de uitkomsten van dit onderzoek. Dat kan helpen om integraal naar de opgave te kijken die ons te wachten staat op bedrijventerreinen. Want naast elektrische logistiek spelen ook vraagstukken over energie opwekken via zonnepanelen en de warmtetransitie waar bedrijven voor staan.”

Beter inschatten
“De problematiek rondom elektrificatie van diverse bedrijfsprocessen en de daarbij behorende opgaven met betrekking tot netcapaciteit speelt op heel veel bedrijventerreinen”, reageerde Jan van Rookhuyzen van ElaadNL op de praktijksituatie in Utrecht. “Bij het zoeken naar oplossingen wil je dat het liefst zó regelen dat je weer een paar decennia vooruit kunt. Als je weet waar de ontwikkelingen op een bedrijventerrein naar toe gaan, kun je daar rekening mee houden bij eventuele netverzwaringen of -uitbreidingen. Wat is de ideale situatie over tien jaar? Dat wil je nu weten. En het liefst ook nog eens heel precies, want dat is wat een netbeheerder nodig heeft. Het voelt nog een beetje indirect om CO2-uitstoot en dieselverbruik om te zetten naar prognoses over elektrische laadbehoefte, maar hopelijk helpt de nu ontwikkelde methodiek om dat beter in te kunnen schatten.”

Meer weten over de totstandkoming van de methodiek voor laadprognoses op bedrijventerreinen en hoe deze prognosekaart werkt? Nieuwsgierig naar de vragen en antwoorden die zijn behandeld tijdens de kennisshow? Kijk dan het webinar terug.

Elektrisch personenvervoer wordt steeds vertrouwder in het straatbeeld. Dat geldt nog niet voor elektrische vrachtwagens. Toch is de verwachting dat de logistieke sector snel aansluiting vindt bij de transitie naar elektrisch vervoer. Denk alleen al aan de maatregelen voor emissievrije zones in (binnen)steden die aanstaande zijn. Daarnaast geldt ook: rijden met batterij-elektrisch brengt lagere kosten en minder onderhoud met zich mee. Ook dát is een prikkel voor logistieke bedrijven om over te stappen op elektrisch vervoer.

In de podcast ‘Trucks aan de laadpaal’ van netbeheerder Enpuls wordt dit onderwerp besproken door Willem Alting Siberg, manager transitie mobiliteit bij Enpuls, en NKL’s Robert van den Hoed, tevens voorzitter van de NAL-werkgroep Logistiek. Hun conclusie: we moeten in Nederland snel aan de slag met een basisnetwerk voor logistiek laden. Naast private en semi-publieke laadplekken bij bedrijven zelf, is ook behoefte aan infrastructuur voor publiek laden voor elektrische vrachtwagens.

Hoe staat het met de transitie van dieselvrachtwagens naar E-Trucks? Waarom is er behoefte aan publiek laden voor de logistieke sector en hoe groot is die behoefte? Wat zijn de kosten? Wat betekent de aanleg van logistieke laadplekken voor netbeheerders? Welke uitdagingen zien we nog meer om tot een basisnetwerk te komen? Welke lessen kunnen we trekken uit de transitie naar elektrisch personenvervoer? Deze vragen komen allemaal aan bod in deze podcast.

Meer informatie over Logistiek Laden vind je op ons kennisloket. Om het pad te effenen voor elektrificatie van vrachtwagens, binnenvaartschepen en andere zware voertuigen, heeft de NAL-werkgroep Logistiek een Roadmap logistieke laadinfrastructuur opgesteld. De Roadmap brengt prognoses samen en de laadbehoefte die daarbij hoort. Ook maakt de Roadmap inzichtelijk welke stappen per segment nodig zijn om voldoende laadinfrastructuur te realiseren.

Om de doelen uit het klimaatakkoord te behalen is de ambitie dat in 2050 alle logistieke mobiliteit zero emissie is. Elektrische bestel- en vrachtwagens gaan het komende decennium een vertrouwd beeld worden. Zelfs de eerste schepen bereiden zich voor op elektrische vaart. Al deze voer- en vaartuigen moeten efficiënt kunnen laden. Hier is een combinatie voor nodig van publieke en private laadpunten, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen.

De werkgroep Logistieke Laadinfra, onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), heeft als opdracht om te zorgen dat laadinfrastructuur geen beperkende factor is voor de elektrificatie van logistiek. Hiervoor zijn vijf taakgroepen ingericht:

1. Prognoses van logistieke laadvraag

Onderzoekt waar en wanneer logistieke laadvraag ontstaat en wat voor impact dit kan hebben op het elektriciteitsnet.

2. Publieke stimulering van logistiek laden

Ondersteunt overheden (met name gemeenten en NAL-regio’s) om logistiek mee te nemen in laadvisies, plaatsingsbeleid en aanbestedingen. Het gaat hierbij zowel om publieke als private (snel)laadinfrastructuur binnen de grenzen van de betreffende overheid.

3. Private logistieke laadinfrastructuur

Ondersteunt vervoerders en verladers bij het ontwikkelen van kosteneffectieve en passend laadinfra op eigen terrein.

4. Publiek basisnetwerk

Richt zich op het vormgeven en aanjagen van een basisnetwerk van publiek toegankelijke laadinfrastructuur voor elektrische vrachtwagens. Dit is cruciaal voor partijen die regelmatig zero-emissiezones bevoorraden.

5. Laden op bouwlocaties

Richt zich op de verduurzaming van mobiele werktuigen en bouwmachines om versneld zero-emissie bouwlocaties te faciliteren.

Activiteiten taakgroepen

De taakgroepen stellen de meest urgente kennisvragen vast, die zij opnemen in een kennis- en actie-agenda. Deze wordt voor de zomer van 2021 openbaar gemaakt en vormt de basis voor activiteiten van de werkgroep en het opstarten van kennisprojecten. De kennis die hieruit voortkomt wordt gedeeld op het NKL Kennisloket Logistiek.

Samenstelling taakgroepen

In de taakgroepen zijn overheden, beleidsmakers, brancheverengingen en netbeheerders vertegenwoordigd. Private bedrijven zoals adviesbureaus en transportbedrijven worden op regelmatige basis geconsulteerd en geïnformeerd. Zo werken we samen aan de transitie naar logistiek elektrisch vervoer.

Steeds meer bedrijven in de logistieke sector kiezen voor elektrische voertuigen. De overheidsambitie is dat in 2050 alle logistieke mobiliteit emissieloos is. Elektrische bestelwagens en vrachtwagens gaan het komende decennium een vertrouwd beeld worden op de weg. Zelfs de eerste schepen gaan over op batterij elektrische vaart. Al die voertuigen moeten efficiënt kunnen laden. Hoe we dat gaan bereiken staat beschreven in de Roadmap logistieke laadinfrastructuur. Daaruit is ook op te maken welke inspanningen nodig zijn van overheden, marktpartijen, netbeheerders en andere stakeholders. Het document is vanaf vandaag beschikbaar.

De roadmap:

  • brengt prognoses samen over de elektrificatie van lichte voertuigen, zware voertuigen en binnenvaart en de laadbehoefte die daarbij hoort;
  • maakt inzichtelijk welke stappen per segment nodig zijn om voldoende laadinfrastructuur te realiseren.

Fasering

In de roadmap zijn fasen van uitrol opgenomen voor lichte voertuigen, zware voertuigen en binnenvaart. Daarbij is het goed om te beseffen dat zowel elektrische logistieke voertuigen als logistieke laadinfrastructuur nog volop in ontwikkeling zijn. Het document wordt daarom regelmatig bijgesteld.

Lees de roadmap

Lees een samenvatting van de roadmap

Heeft u al eens uw bestelling ontvangen van een bezorger met een elektrische bestelbus? Elektrische bestelbussen en vrachtwagens zijn op komst. Hoe en waar die gaan laden, is een belangrijk vraagstuk voor gemeenten. Om daarmee aan de slag te gaan, is nu de handreiking ‘Laden van elektrische voertuigen in de logistieke sector’ beschikbaar.

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de realisatie van laadinfrastructuur voor de logistieke sector. Deels omdat er behoefte is aan laadpunten in de openbare ruimte. Deels ook omdat de gemeente een verbindende en stimulerende rol kan vervullen bij de aanleg van laadinfra op (semi-)privaat terrein.

De handreiking:

  • geeft een introductie op elektrificatie in de logistieke sector;
  • biedt overzicht op de beleidscontext;
  • geeft praktische aanbevelingen om beleid op te stellen om logistieke laadinfrastructuur te faciliteren en stimuleren.

Download de handreiking

Download een samenvatting van de handreiking