Nieuws

In de afgelopen twee jaar zijn met het project ‘Proeftuin Slimme Laadpleinen’ 46 slimme laadpleinen gerealiseerd in 19 gemeenten. In o.a. Utrecht, Rotterdam, Amsterdam en Maastricht zijn er daarmee bijna 500 slimme laadpunten voor elektrische auto’s bijgekomen. Slimme laadpleinen bieden kansen om tegen lage kosten in korte tijd veel laadpunten te realiseren en kunnen zo bijdragen aan voldoende laadplekken voor de snel groeiende vloot elektrische auto’s in Nederland. Bovendien heeft slim laden grote potentie om het elektriciteitsnet te ontlasten.

Met slim laden bedoelen we slimme technieken die de laadtransactie op afstand kunnen aansturen. Minimaal betekent dit dat het opladen van elektrische auto’s op het meest optimale moment gebeurt, wanneer de kosten laag zijn en het aanbod van (duurzame) energie hoog. Op een slim laadplein worden veel laadpunten tegelijkertijd zo aangestuurd door ICT dat deze inspelen op de beschikbaarheid van het lokale stroomnet.

In de Proeftuin Slimme Laadpleinen wordt zowel met de opschaling van de laadinfra als de slimme laadtechnieken geëxperimenteerd. Op de slimme laadpleinen wordt ingezet op het gebruik van groen opgewekte lokale stroom, zoals uit zonnepanelen. Ook kan op de slimme laadpleinen de stroom zo worden verdeeld dat de auto’s die dat het meest nodig hebben als eerste worden opgeladen. Daarnaast is op een aantal projecten een batterijpakket, verwerkt in straatmeubilair, dat kan worden ingezet om te laden bij piekvraag. En met de vehicle-to-grid-techniek (V2G) kunnen daarvoor geschikte, ingeplugde auto’s die meedoen aan de experimenten in de Proeftuin gebruikt worden om stroom terug te leveren aan het net. Deze technieken samen vormen een belangrijke oplossing in de uitdagingen die de energietransitie met zich meebrengt.

De eerste resultaten uit het onderzoek laten zien dat de laadpleinen goed werken. Het bundelen van laadpunten op een plein geeft meer laadzekerheid voor automobilisten. Ook wordt de ruimte op laadpleinen efficiënter gebruikt en is er meer ruimte voor innovatie, doordat laadpleinen bijvoorbeeld goed te combineren zijn met batterijen of zonnedaken. Deze en de andere lessen die zijn getrokken uit de realisatie van de slimme laadpleinen, opgesteld door het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) samen met kennis- en innovatiecentrum ElaadNL en projectbureau Over Morgen, worden vandaag overhandigd aan staatssecretaris Van Weyenberg (Infrastructuur en Waterstaat) tijdens een seminar.
De lessen zijn hier te downloaden.

Snel meer laadplekken
Slimme laadpleinen zijn een goede oplossing voor de opschaling van de laadvraag. Zeker nu de komende jaren steeds meer energie opgewekt wordt uit duurzame energiebronnen, zoals zon en wind. Ze bieden kansen voor zowel de automobilist, die sneller meer laadplekken heeft, als voor het stroomnet, dat door de slimme aansturing optimaal benut kan worden. En dit is nodig, want in 2030 moeten we tegemoet komen aan een forse laadvraag: dan rijden er naar schatting 1.9 miljoen elektrische auto’s rond die gebruik moeten maken van ons laadnetwerk.

Slimme laadpleinen zijn een relatief nieuw verschijnsel. Nederland experimenteert er als een van de eerste landen mee. Het ministerie van IenW trekt 5 miljoen euro uit voor deze experimenten. Staatssecretaris van Weyenberg is opgetogen over de eerste resultaten uit de proeftuin: “Slimme laadpleinen hebben de toekomst. Ze geven zekerheid voor elektrische rijders, en zijn een oplossing om de druk op het elektriciteitsnetwerk te verlichten. Het mes snijdt aan twee kanten, ik raad gemeenten van harte aan om de mogelijkheden van slim laden te benutten.”

Een van de gemeenten die dat al deed is gemeente Maastricht. Het laadplein aan de Alexander Battalaan combineert veel innovaties in één project1: de laadpalen van het plein worden gevoed door zonnepanelen van een particuliere ondernemer, waarbij daarvoor geschikte auto’s dankzij V2G kunnen dienen als buffer van groene stroom. Deze auto’s met V2G techniek worden ingezet als deelauto.

Gemeenten aan zet
NKL heeft in het onderzoek niet alleen gekeken naar de resultaten van de proef, maar ook lessen getrokken die nodig zijn om overal in Nederland de potentie van slimme laadpleinen te benutten.

Roland Ferwerda, directeur NKL: “We hebben zeventien gouden lessen in een handzaam boekje opgeschreven. Gemeenten kunnen daarmee in één oogopslag zien hoe zij slim laden in kunnen zetten.”

Eind 2023 wordt de Proeftuin opgeleverd: dan zijn alle onderzoeken op de gerealiseerde laadpleinen gereed. De Proeftuin is onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), gesubsidieerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), ondersteund door het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL), het kennis- en innovatiecentrum van de netbeheerders ElaadNL en projectbureau Over Morgen.

Overweeg je de komst van een laadplein? Daar gaan heel wat afwegingen aan vooraf. De Handreiking Realisatie Laadpleinen biedt houvast met een uitgebreid stappenplan. Zo weet je precies waar je in welke fase aan moet denken. De handreiking is nu geactualiseerd, waarbij gebruik is gemaakt van ervaringen uit onder meer de Proeftuin Slimme Laadpleinen.

In 2019 verscheen de eerste editie van deze handreiking. Sindsdien zijn er in Nederland tientallen laadpleinen bijgekomen, en is er dus een schat aan ervaring opgedaan. Die ervaringen zijn onder meer gebruikt om in de vernieuwde handreiking dieper in te gaan op afwegingen rond de locatiekeuze.

Er is niet alleen meer ervaring opgedaan; ook de technische mogelijkheden hebben zich in de afgelopen twee jaar sterk ontwikkeld. De nieuwe handreiking gaat onder meer in op ‘V2G-ready’ laadpleinen.

De Handreiking Realisatie Laadpleinen is in de eerste plaats bedoeld voor gemeenten en voor CPO’s die gemeenten ondersteunen. Maar ook partijen die een privaat laadplein willen realiseren, kunnen de handreiking gebruiken, bijvoorbeeld om een goed onderbouwde keuze te maken voor een technische variant.

De handreiking is te gebruiken samen met de Basisset Afspraken Laadpleinen. Ook hiervan is een geactualiseerde versie in de maak.

Ga naar de handreiking.

Op 14 oktober vond het symposium Future of Charging in World Trade Center Rotterdam (WTC) plaats op initiatief van NKL met als centraal thema ‘Op weg naar zero emissie stadslogistiek’. De vijfde editie van #FOC2021 zat vol met keynote presentaties en powersessies rondom dit onderwerp. De dag werd mede mogelijk gemaakt door partners gemeente Rotterdam, Dinalog, Topsector logistiek, TKI Urban Energy en Rabobank.

Op het kennisplein stonden o.a. RVO, Leap24, ABB, Zero emission services, Jolt, Heliox, Orange gas en Openremote. Dagvoorzitter Marieke Donkervoort, strateeg in de energietransitie, trapte het symposium af met een welkom aan ruim 160 deelnemers, bestaande uit marktpartijen, kennisinstellingen en overheden. Daarna volgden een aantal keynotes over de ontwikkeling van zero emissie stadslogistiek en de uitdagingen die hierbij komen kijken. Hieruit kwam de nadruk op de snel naderende deadline van 2025. Effectief hebben we nog maar drie jaar de tijd om dertig emissieloze grote steden te realiseren. 

De keynotes van Elisabeth Post van Transport Logistiek Nederland TLN en Lucas Willems van DAF bevatten praktijkvoorbeelden die een breed beeld schetsten van de mogelijkheden en de moeilijkheden op weg naar zero emissie stadslogistiek. Alannah van ’t Hoenderdaal van Albert Heijn deelde interessante ervaringen bij het realiseren van laadinfrastructuur voor elektrisch aangedreven logistiek. In 2025 verwacht Albert Heijn 75 winkels zero-emissie te bevoorraden en door te groeien naar meer dan 100 ZE-vestigingen in 2030. Om dit te realiseren werkt Albert Heijn nu aan nieuwe systemen en hightech ‘off-grid’ oplossingen. Of Albert Heijn de eigen ZE-doelstellingen kan realiseren? Ja, maar of dit volledig kan voor alle locaties per 2030 is nog maar de vraag. De oproep van Albert Heijn is een call for action waarbij samenwerking met bijvoorbeeld de netbeheerders en overheden hard nodig zijn. 

Urgentie van samenwerken
De boodschap van Van ‘t Hoenderdaal resoneerde ook bij de aanwezige bezoekers. Men gaf aan te hopen dat de oproep van Albert Heijn door de juiste partijen gehoord wordt. De urgentie van samenwerken om de doelstellingen voor 2025 en 2030 te halen, was na het plenaire programma sterk aanwezig. Het is heel belangrijk dat er meer samenwerkingen gaan komen tussen bijvoorbeeld gemeentes en netbeheerders. Wie neemt er nu de lead?, zo klonk het. Op elkaar blijven wachten wordt een probleem. Ondanks de vele informatie heerste er ook nog veel onduidelijkheid, onder andere over het verder vormgeven van doelstellingen. Er is behoefte aan handreikingen op nationaal niveau. Er werd aangegeven dat gemeentes te verschillend zijn en dat het te ingewikkeld is om dit decentraal te beleggen.

Marieke Donkervoort (dagvoorzitter): ‘Als er in Nederland een gat in de weg zit, ontstaat er een file. Als er in India een gat in de weg zit, dan vinden ze een manier eromheen.’

IMG_9697

De Kennis- en actie-agenda LogistiekOm goed voorbereid te zijn op de verwachte groei van elektrische bestel- en vrachtvoertuigen is het van belang tijdig te starten met het scheppen van de juiste randvoorwaarden en passende logistieke laadinfrastructuur. Hiertoe presenteerde Robert van den Hoed, voorzitter van de NAL-werkgroep Logistiek, de Kennis- en actie-agenda Logistiek. Deze agenda benoemt acties die voor die laadinfrastructuur moeten zorgen, zoals het opstellen van prognoses van laadvraag op bedrijventerreinen en het realiseren van een basisnetwerk van publiek toegankelijke laadpunten voor vrachtverkeer. 

Robert van den Hoed (voorzitter van de NAL-werkgroep Logistiek): ‘Met de kennis- en actie-agenda ondersteunen we gemeenten, regio’s, bedrijven en netbeheerders om tijdig logistieke laadinfrastructuur te kunnen ontwikkelen.’

Laadlocaties voor wagenparken
Tijdens de eerste rondes powersessies konden bezoekers concrete vragen stellen en meer leren over het opladen, de netimpact en de technologische uitdagingen. Bij de powersessie van Nazir Refa, Jan van Rookhuyzen (ElaadNL) en Andrew Rutgers (ChargeSim) werden de verwachte impact van elektrische logistiek op het net en de mogelijkheden van slim laden besproken. Hierin kwam naar voren dat beleids- en marktontwikkelingen nodig zijn om de mogelijkheden zoals laadlocaties en ontwikkelingen van wagenparken te realiseren. Het verzwaren van het elektriciteitsnet is daarbij op veel plaatsen ook nodig. Een basisnetwerk voor snelladen wordt nu al mogelijk gemaakt door bedrijven. “We moeten af van kijken op bedrijfsniveau en nadenken over wat er voor het hele bedrijventerrein nodig is.”

Daarna volgde een keynote van Marie-Jose Baartmans van BREYTNER Zero Emission Transport. Baartmans besprak de huidige ontwikkelingen rondom elektrische trucs en kraanwagens én de moeilijkheden waar bedrijven als BREYTNER tegenaan lopen bij de implementatie van ZE, zoals laadpalen die niet in werking zijn of laadplekken die enkel zijn ingericht voor personenauto’s. Wel zijn er al nieuwe soorten laadmogelijkheden gerealiseerd die goed werken voor logistiek: bijvoorbeeld een laadpaal waar trucs kunnen opladen en tegelijkertijd ook hun vracht kunnen lossen.

Marie-Jose Baartmans (BREYTNER): ‘De transitie naar elektrisch rijden is groter dan het Deltaplan. Dit zijn investeringen die je niet alleen aan transport en logistiek kan overlaten. Dit zijn maatschappelijke investeringen.’

LoLa moet er komen
In de tweede ronde powersessies was aandacht voor de kansen en uitdagingen voor logistiek laden, het basisnetwerk en technologische laadoplossingen in de praktijk. Bij de powersessie van Harm-Jan Idema, Nora Prins (APPM), Sacha Scheffer (Rijkswaterstaat) en Joost Roeterdink (provincie Gelderland & Clean Energy Hubs) ging het over het basisnetwerk van laadpalen voor transport. Hoe en met wie realiseren we dit? Zonder laders geen voortuigen, maar de doorlooptijden om iets te realiseren zijn lang (doorgaans zo’n tien jaar). APPM is in opdracht van Enpuls en ElaadNL bezig met het schetsen van een basisnetwerk Logistiek Laden, genaamd LoLa. Over één punt was iedereen het eens: het basisnetwerk LoLa moet er komen.

Tijdens de laatste ronde powersessies werd bij de sessie ‘Opladen en netimpact’ met sprekers Bert van Mourik (Natuur en Milieu), Joris Knigge (Antea) en Jan Frederiks (Essent) verkend hoe het integreren van de laadvraag op distributiecentra met uitdagingen op bedrijventerreinen toch mogelijk is. De verkenning van vraag en aanbod is nodig om ook gesteld te staan voor de netimpact die dit met zich meebrengt: op veel bedrijventerreinen zal het net verzwaard moeten worden. Samenwerkingen met andere partijen op het bedrijventerrein zijn vaak niet de oplossingen, omdat hier juridische haken en ogen aan zitten. Alleen grote ondernemers zetten stappen. Essent is momenteel bezig CLIC te realiseren: een volledig operationele stadslogistieke hub, een innovatiecentrum en een complete campus in één. CLIC wordt een van de grootste laadplatforms van Nederland.

Lef en omdenkenTerugblik_FOC_zaal
Op de vraag wat bezoekers uit de dag gehaald hadden, kwam onder andere het antwoord: “Veel ruimte voor discussie, de urgentie van samenwerkingen en het eerste duwtje in de rug in het bewegen naar zero emissie stadslogistiek.” Bezoekers spraken ook over het belang van een uitgestippelde routekaart die de realisatie van de doelstellingen 2025 en 2030 makkelijker kan maken. Daarnaast werden lef en omdenken ook ruimschoots genoemd als typerend voor de energiesector.

Het symposium werd afgesloten door NKL-voorzitter Nancy Kabalt-Groot. Zij vatte met de vier trackvoorzitters Herman Wagter (gedrag), Bertien Oude Groote Beverborg (beleid), Rob Aarse (technologie) en Walther Ploos van Amstel (netimpact) de dag samen. Conclusie: leiderschap en eigen initiatief zijn belangrijk én nodig, alsook de samenwerkingen tussen de verschillende marktpartijen, kennisinstellingen, overheden
en netbeheerders. Er zijn momenteel gelukkig wel veel ontwikkelingen in omloop, zoals nieuwe laadpalen, slim laden, elektrisch aangedreven trucs en gehele laadplatforms waar elektrische trucs zonder hinder kunnen laden.

Nancy Kabalt (NKL-voorzitter): ‘We zullen creatief moeten omgaan met de mogelijkheden die de netbeheerder nu biedt, en vooral samen moeten kijken naar wat wel mogeljik is.’

Eén ding is zeker: de toekomst is elektrisch. 

 Fotografie: Astrolads

Kennis- en actieagenda logistiek biedt overzicht en slagkracht

‘Op weg naar passende laadinfrastructuur voor de logistieke sector’. Dat is de titel van de Kennis- en actie-agenda Logistieke Laadinfrastructuur, die op het Future of Charging Symposium 2021 van 14 oktober is gelanceerd. “Deze kennisagenda laat zien voor welke uitdagingen we nú staan, op weg naar zero emissie logistiek”, aldus Robert van den Hoed, voorzitter van de NAL werkgroep Logistiek.

“In de kennisagenda staan de belangrijkste acties die nodig zijn om passende laadinfrastructuur voor de logistiek te realiseren”, zo vat Van den Hoed samen. “Passend in de zin van: de juiste laadinfrastructuur op de juiste locatie op het juiste tijdstip. Het hele plaatje moet kloppen. Als dat lukt, dan hebben we belangrijke randvoorwaarden gecreëerd voor de logistieke sector om de stap naar een elektrische aandrijving te maken.”

‘We hebben nu een state-of-the-art overzicht van de urgente vragen.’ 

De werkgroepvoorzitter is verheugd dat de agenda er ligt. “Bij de logistieke sector, commerciële aanbieders van laadinfrastructuur en beleidsmakers leefden veel vragen: wie pakt dit op, wie neemt de regie, hoe voorkomen we dubbelingen? Nu hebben we een centrale plek; een state-of-the-art overzicht van de urgente vragen. Ik ben er trots op dat we met álle stakeholders – overheden maar ook commerciële aanbieders – tot deze lijst zijn gekomen. En dat we een organisatie hebben opgezet om de agenda continu te upgraden. Dat geeft slagkracht, zodat we de agenda ook kunnen uitvoeren.”

Wie doet wat?
De agenda maakt ook inzichtelijk wie wat doet. Van den Hoed: “De NAL werkgroep Logistiek richt zich puur op de laadinfrastructuur. Niet op ‘de wielen’ of subsidieregelingen voor elektrische voertuigen. Aan die heldere afbakening was behoefte. Nu weet iedereen waar we de komende jaren aan werken.”

‘Op naar de uitvoering!’

De agenda is een feit, de organisatie staat paraat, hoe nu verder? “Op naar de uitvoering!”, antwoordt de werkgroepvoorzitter. “En daar zijn we nu al mee bezig. De kennisagenda bevat vijf actielijnen met een set van concrete en praktische onderzoeken en op te leveren producten, een en ander mogelijk gemaakt door het ministerie IenW. Diverse onderzoeken zijn al gestart. Een voorbeeld is een methodiek om de laadvraag op bedrijventerreinen te achterhalen. Of de basisset eisen waaraan snellaadinfrastructuur moet voldoen. Stuk voor stuk onderzoeken waarvan de sector zegt: dit moeten we nú weten om stappen te zetten. En dat is precies de kracht van deze agenda.”  

Na het personenvervoer zal ook de logistieke sector het wagenpark meer en meer gaan elektrificeren. Zo’n 80 procent van de laadvraag van elektrische bestelauto’s en trucks gaat plaatsvinden op bedrijventerreinen. Maar op welke bedrijventerreinen precies? Hoe groot is de laadvraag per locatie? En hoe verhoudt die laadvraag zich tot de capaciteit van bestaande netaansluitingen? Om meer inzicht te krijgen werkt de NAL-werkgroep Logistiek aan een nationale prognosekaart laadvraag voor bedrijventerreinen. In de NKL-Kennisshow van 30 september werd een update gegeven over dit project.

De eerste stap om te komen tot een nationale prognosekaart is het opstellen van een methodiek om op basis van bestaande data iets te zeggen over de laadprognoses op bedrijventerreinen. De opdracht wordt uitgevoerd door Districon en CE Delft. “Met prognosekaarten proberen we netbeheerders inzicht te bieden waar het elektriciteitsnetwerk toereikend is of verzwaard moet worden”, vertelde Sanne Aelfers namens het onderzoeksteam. Aan de basis van de methodiek – die in oktober wordt opgeleverd – staat bestaande data van het CBS over de standplaats van elektrische voertuigen die op een bedrijventerrein overnachten (en dus laden). Met die informatie kun je de laadbehoefte op een bedrijventerrein berekenen en daarmee ook de voor netbeheerders essentiële vermogensvraag.

Driestappenplan
Robert van den Hoed, voorzitter van de NAL-werkgroep Logistiek, legde uit dat er sprake is van een driestappenplan. “Stap 1 is vaststellen of de methodiek werkt om op basis van bestaande CBS-data waardevolle prognoses te maken van de laadvraag bij een bepaalde mate van elektrificatie op bedrijventerreinen. Stap 2 is het toepassen van die methodiek op de bedrijventerreinen en daarmee een nationale prognosekaart samen te stellen. Stap 3 is het vaststellen van de hotspots in Nederland, waarvan we weten dat de elektrificatie mogelijk pijn gaat doen omdat de grenzen van de energiecapaciteit worden bereikt. Pas dan kun je écht in oplossingen gaan denken.”

Springen
De prognosekaart is overigens niet alleen relevant voor netbeheerders, maar ook voor gemeenten. “De verwachte elektrificatie op bedrijventerreinen staat nog onvoldoende op ons netvlies”, bekende Matthijs Kok, projectleider Elektrisch Vervoer en Nieuwe Energie bij de gemeente Utrecht. “We weten echt niet waar die elektrificatie gaat landen, hoe het eruit gaat zien en wat wij als gemeente moeten doen. Wat dat betreft staan wij te springen om de uitkomsten van dit onderzoek. Dat kan helpen om integraal naar de opgave te kijken die ons te wachten staat op bedrijventerreinen. Want naast elektrische logistiek spelen ook vraagstukken over energie opwekken via zonnepanelen en de warmtetransitie waar bedrijven voor staan.”

Beter inschatten
“De problematiek rondom elektrificatie van diverse bedrijfsprocessen en de daarbij behorende opgaven met betrekking tot netcapaciteit speelt op heel veel bedrijventerreinen”, reageerde Jan van Rookhuyzen van ElaadNL op de praktijksituatie in Utrecht. “Bij het zoeken naar oplossingen wil je dat het liefst zó regelen dat je weer een paar decennia vooruit kunt. Als je weet waar de ontwikkelingen op een bedrijventerrein naar toe gaan, kun je daar rekening mee houden bij eventuele netverzwaringen of -uitbreidingen. Wat is de ideale situatie over tien jaar? Dat wil je nu weten. En het liefst ook nog eens heel precies, want dat is wat een netbeheerder nodig heeft. Het voelt nog een beetje indirect om CO2-uitstoot en dieselverbruik om te zetten naar prognoses over elektrische laadbehoefte, maar hopelijk helpt de nu ontwikkelde methodiek om dat beter in te kunnen schatten.”

Meer weten over de totstandkoming van de methodiek voor laadprognoses op bedrijventerreinen en hoe deze prognosekaart werkt? Nieuwsgierig naar de vragen en antwoorden die zijn behandeld tijdens de kennisshow? Kijk dan het webinar terug.

Elektrisch personenvervoer wordt steeds vertrouwder in het straatbeeld. Dat geldt nog niet voor elektrische vrachtwagens. Toch is de verwachting dat de logistieke sector snel aansluiting vindt bij de transitie naar elektrisch vervoer. Denk alleen al aan de maatregelen voor emissievrije zones in (binnen)steden die aanstaande zijn. Daarnaast geldt ook: rijden met batterij-elektrisch brengt lagere kosten en minder onderhoud met zich mee. Ook dát is een prikkel voor logistieke bedrijven om over te stappen op elektrisch vervoer.

In de podcast ‘Trucks aan de laadpaal’ van netbeheerder Enpuls wordt dit onderwerp besproken door Willem Alting Siberg, manager transitie mobiliteit bij Enpuls, en NKL’s Robert van den Hoed, tevens voorzitter van de NAL-werkgroep Logistiek. Hun conclusie: we moeten in Nederland snel aan de slag met een basisnetwerk voor logistiek laden. Naast private en semi-publieke laadplekken bij bedrijven zelf, is ook behoefte aan infrastructuur voor publiek laden voor elektrische vrachtwagens.

Hoe staat het met de transitie van dieselvrachtwagens naar E-Trucks? Waarom is er behoefte aan publiek laden voor de logistieke sector en hoe groot is die behoefte? Wat zijn de kosten? Wat betekent de aanleg van logistieke laadplekken voor netbeheerders? Welke uitdagingen zien we nog meer om tot een basisnetwerk te komen? Welke lessen kunnen we trekken uit de transitie naar elektrisch personenvervoer? Deze vragen komen allemaal aan bod in deze podcast.

Meer informatie over Logistiek Laden vind je op ons kennisloket. Om het pad te effenen voor elektrificatie van vrachtwagens, binnenvaartschepen en andere zware voertuigen, heeft de NAL-werkgroep Logistiek een Roadmap logistieke laadinfrastructuur opgesteld. De Roadmap brengt prognoses samen en de laadbehoefte die daarbij hoort. Ook maakt de Roadmap inzichtelijk welke stappen per segment nodig zijn om voldoende laadinfrastructuur te realiseren.

Om de doelen uit het klimaatakkoord te behalen is de ambitie dat in 2050 alle logistieke mobiliteit zero emissie is. Elektrische bestel- en vrachtwagens gaan het komende decennium een vertrouwd beeld worden. Zelfs de eerste schepen bereiden zich voor op elektrische vaart. Al deze voer- en vaartuigen moeten efficiënt kunnen laden. Hier is een combinatie voor nodig van publieke en private laadpunten, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen.

De werkgroep Logistieke Laadinfra, onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), heeft als opdracht om te zorgen dat laadinfrastructuur geen beperkende factor is voor de elektrificatie van logistiek. Hiervoor zijn vijf taakgroepen ingericht:

1. Prognoses van logistieke laadvraag

Onderzoekt waar en wanneer logistieke laadvraag ontstaat en wat voor impact dit kan hebben op het elektriciteitsnet.

2. Publieke stimulering van logistiek laden

Ondersteunt overheden (met name gemeenten en NAL-regio’s) om logistiek mee te nemen in laadvisies, plaatsingsbeleid en aanbestedingen. Het gaat hierbij zowel om publieke als private (snel)laadinfrastructuur binnen de grenzen van de betreffende overheid.

3. Private logistieke laadinfrastructuur

Ondersteunt vervoerders en verladers bij het ontwikkelen van kosteneffectieve en passend laadinfra op eigen terrein.

4. Publiek basisnetwerk

Richt zich op het vormgeven en aanjagen van een basisnetwerk van publiek toegankelijke laadinfrastructuur voor elektrische vrachtwagens. Dit is cruciaal voor partijen die regelmatig zero-emissiezones bevoorraden.

5. Laden op bouwlocaties

Richt zich op de verduurzaming van mobiele werktuigen en bouwmachines om versneld zero-emissie bouwlocaties te faciliteren.

Activiteiten taakgroepen

De taakgroepen stellen de meest urgente kennisvragen vast, die zij opnemen in een kennis- en actie-agenda. Deze wordt voor de zomer van 2021 openbaar gemaakt en vormt de basis voor activiteiten van de werkgroep en het opstarten van kennisprojecten. De kennis die hieruit voortkomt wordt gedeeld op het NKL Kennisloket Logistiek.

Samenstelling taakgroepen

In de taakgroepen zijn overheden, beleidsmakers, brancheverengingen en netbeheerders vertegenwoordigd. Private bedrijven zoals adviesbureaus en transportbedrijven worden op regelmatige basis geconsulteerd en geïnformeerd. Zo werken we samen aan de transitie naar logistiek elektrisch vervoer.

Op 20 april is tijdens het NKL-webinar EVen Bijpraten de Basisset AC-laadinfrastructuur gepresenteerd. Met deze set documenten kunnen gemeenten en andere partijen goed voorbereid een overeenkomst voor laadpalen afsluiten.

Voordat een laadpaal daadwerkelijk in de grond staat, gaan daar tal van technische en organisatorische keuzes aan vooraf. Als je van de basisset gebruikmaakt, weet je precies waar je aan moet denken. De Basisset AC-laadinfrastructuur bestaat uit drie delen:

Waarom deze update?

De laatste versie van de basisset verscheen in 2018. In de wereld van laadinfrastructuur gaan de ontwikkelingen zo snel, dat een update op basis van nieuwe inzichten nodig was. Deze praktische noodzaak is aangegrepen om tegelijkertijd ook de bruikbaarheid van het document te verhogen. Iedere partij die reguliere laadpalen wil inkopen, kan met de documenten aan de slag. Ook partijen die nog niet zo vertrouwd zijn met het onderwerp.

Totstandkoming

De basisset is tot stand gekomen door eerdere contracten en aanbestedingsdocumenten voor laadpalen te analyseren en te vergelijken: wat voor eisen worden er zoal gesteld en wat zijn de overeenkomsten daarin? Ook zijn er gesprekken geweest met opdrachtgevende én opdrachtnemende partijen. Omdat er zoveel partijen hebben meegedacht, is er een brede consensus over de eisen en richtlijnen die zijn opgenomen.

Gebruik in de praktijk

Floris van Elzakker is Coördinator Elektrisch Vervoer in Den Haag en al enige jaren betrokken bij de uitrol van laadinfrastructuur in die stad. Hij was een van de beleidsmedewerkers die meedacht over de inhoud van de basisset. De meerwaarde zit voor hem vooral in de vastgelegde specificaties, waar hij zich vervolgens als opdrachtgever niet tot in detail mee bezig hoeft te houden. “Als gemeente willen wij heel graag dat de laadpaal het doet, dat ‘ie veilig is en dat de gebruiker er tevreden mee is. Het is heel fijn als vanuit de markt en andere overheden wordt meegedacht wat daarin de norm moet zijn.”
De basisset leidt volgens hem tot meer eenduidige kwaliteit, kostenreductie en klantvriendelijkheid. Ook voor marktpartijen die de laadpalen plaatsen, is het gebruik van de basisset om deze redenen belangrijk. Emiel de Haes, consultant bij ENGIE, juicht standaardisatie toe: “Meer uniformiteit is uiteindelijk het beste voor de eindgebruiker.”

Basis

De basisset geeft richtlijnen voor de ‘gewone’ laadinfrastructuur die op dit moment het meest in het straatbeeld is te zien, dat zijn AC-laadpalen tot 22 kW. Voor snelladers is een basisset in de maak. Over innovatieve oplossingen, zoals laadlichtmasten, zijn op dit moment nog geen eisen op te stellen, omdat daar nog niet genoeg ervaring mee is. Zoals Floris samenvat: “De basisset is echt de basis.”
Opdrachtgevers kunnen die basis gebruiken om op voort te bouwen en hun eigen wensen hieraan toevoegen. Daarvoor geeft met name de handleiding contracteren goede handvatten.

Geïnteresseerd?

Tijdens het webinar gaf projectleider Jeroen Veger (APPM) een toelichting op de verschillende documenten uit de basisset. Floris van Elzakker en Emiel de Haes vertelden over de praktijk. Ook werden vragen van deelnemers beantwoord. Het webinar stond onder leiding van Robbie Blok (NKL), die ook de totstandkoming van de basisset begeleidde. Kijk hier het webinar terug.

Is het mogelijk om binnen twee maanden na gunning van de opdracht een slim laadplein met maar liefst 40 laadplekken in gebruik te nemen? Het was Total Nederland bijna gelukt in Zeist. Met de eindstreep in zicht kwam er toch nog een onvoorziene kink in de (laad)kabel.

Ondanks ruime ervaring met de aanleg van laadpalen en –pleinen vormde het slimme laadplein in Zeist een behoorlijke uitdaging voor Total Nederland. Dat zat ‘m voornamelijk in de omvang en de tijdsdruk die met het project was gemoeid. “Bij mijn weten is dit het grootste publieke laadplein in Nederland”, zegt Ralph Houten van Total Nederland. “Het was voor ons de eerste keer dat we een publiek laadplein van deze omvang konden aanleggen in opdracht van een gemeente. We zijn erg blij met deze kans. Ons voordeel is dat we het concept voor de hardware hebben liggen. We doen dit samen met onze leveranciers met wie we een nauwe samenwerking hebben.”

Minder kabels

Desondanks leek de planning van de gemeente Zeist erg ambitieus. Op 8 oktober 2020 werd de opdracht ondertekend, in december 2020 moest het nieuwe laadplein operationeel zijn. Onder die tijdsdruk, en vanuit het oogpunt van kostenbesparing, paste de CPO een alternatieve aanlegstrategie toe. Houten: “Normaal gesproken trek je vanuit de verdeelkast een kabel naar elke laadpaal. Dat betekende in dit geval dat we twintig aparte elektriciteitsgroepen zouden moeten aanbrengen van 25 ampère. Wij hebben echter gekozen voor twee groepen van 125 ampère. Vanuit de verdeelkast lopen slechts twee kabels waaraan ieder tien laadpalen zijn gekoppeld. De zekering zit in iedere laadpaal zelf. Daarmee hebben we de realisatietijd verkort én kosten voor twintig aparte groepen en ongeveer 600 meter kabel uitgespaard. Hoewel deze oplossing niet overal toepasbaar is, zouden we dit in de toekomst vaker kunnen overwegen.”

BUS-melding

“Ik moet zeggen dat ik versteld sta hoe makkelijk alles is verlopen”, blikt Houten terug op de realisatie van het plein. Tegenslag was er overigens wel degelijk: vlak voor de graafwerkzaamheden bleek dat de bodem was vervuild. Een BUS-melding (Besluit Uniforme Sanering) was noodzakelijk. “We hebben geluk gehad dat we via onze connecties bij de juiste persoon uitkwamen, die ook met de melding van Stedin bezig was. Hierdoor werd onze melding binnen drie dagen geregeld. Dit had anders tussen de vijf en vijftien weken kunnen duren. Daar hebben we heel hard aan moeten trekken, want zonder BUS-melding mochten we niet verder werken. Nu zat het enorm mee, maar mogelijke bodemverontreiniging is iets waar we voortaan beter rekening mee moeten houden in het voortraject.”

Probleem voor netbeheerder

Met het nemen van deze onverwachte horde, leek de deadline van december te worden gehaald. Dat was echter gerekend buiten een probleem waar netbeheerder Stedin tegenaan liep. “Het transformatorhuis voor de aansluiting bleek gevestigd in een monumentaal pand naast Slot Zeist met een gracht eromheen”, vertelt Houten. “Het heeft veel tijd gekost om de benodigde vergunningen te verkrijgen om de gracht te dempen en een gat in de muur van het pand te maken om de benodigde kabels aan te leggen. De les die je hieruit kunt trekken is dat je altijd in een vroegtijdig stadium om de tafel moet met de netbeheerder. Normaal gesproken doen wij dat ook, maar in dit geval waren er al besluiten genomen voordat wij de opdracht kregen.”

Load balancing

Vanwege de vertraging is het laadplein sinds begin maart operationeel. Net als bij veel andere projecten binnen NKL’s Proeftuin Slimme Laadpleinen wordt er op deze locatie getest met de V2G-techniek, waarbij stroom vanuit de batterij van een elektrische auto kan worden teruggeleverd aan het net. Er wordt ook gebruikgemaakt van load balancing. “We hebben op dit plein weliswaar veertig laadplekken gerealiseerd, maar er is slechts netcapaciteit beschikbaar om twintig elektrische voertuigen tegelijkertijd op te laden”, verklaart Houten. “Met behulp van load balancing wordt de laadsessie van het meest volgeladen voertuig afgebroken ten gunste van auto nummer 21. En zo verder bij elk nieuw voertuig dat wordt aangesloten.”

Het nieuwe laadplein is onderdeel van groot parkeerterrein dichtbij het centrum van Zeist, een van de weinig locaties in de omgeving waar nog gratis kan worden geparkeerd. Om weerstand tegen de EV-plekken te voorkomen, zijn deze – op twee bestaande plekken na – nog niet specifiek aangemerkt voor alleen EV-rijders. Houten: “Er is voor gekozen om eerst eens te bekijken wat er op het parkeerterrein gaat gebeuren. Pas als EV-rijders er steeds er tegen aanlopen dat de laadplekken worden bezet door voertuigen met fossiele brandstoffen, gaan we meer en meer plekken specifiek toewijzen voor het opladen van elektrische voertuigen. Het grappige is dat sinds de laadpalen zijn geplaatst en nog niet eens in gebruik waren, de plekken al automatisch leeg bleven.”

Meekijken

“Dit is een zeer mooi en geslaagd project voor ons als Total Nederland, waar we naar de toekomst toe wederom veel van geleerd hebben en in de komende jaren nog veel van gaan leren”, besluit Houten. “Er wordt ervaring opgedaan met V2G, load balancing en het al dan niet afkruisen van parkeerplekken voor EV-rijders. We bekijken nog of we in een later stadium kunnen variëren in de laadsnelheden van de palen – minder belasting van het net tijdens piekuren – en of aan verschillende laadsnelheden ook verschillende laadtarieven worden gekoppeld. Veel partijen, zoals ElaadNL en onze hardware leverancier, kijken mee wat er op dit plein gebeurt.”

In gemeente Delft zijn op dit moment 140 laadpalen, maar de verwachting is dat er alleen al dit jaar ongeveer een derde bijkomt. Net als in veel andere gemeenten neemt de vraag naar laadpalen toe. Hoe gaat Delft hiermee om? Dat vertelde Sander Winkes, beheerder wegen en verkeerszaken binnen de gemeente, tijdens de NKL Kennisshow op 16 maart.

De allereerste laadpaal van Nederland werd in 2013 in Delft geplaatst. Sindsdien is het aantal flink toegenomen. De 140 laadpalen die er nu zijn, zijn goed voor 280 laadpunten. Sander merkt in de aanvragen dat de behoefte aan openbare laadpunten een vlucht neemt.

Aanvraagproces

Hoe groter de laadbehoefte wordt, hoe belangrijker het is om het proces van aanvraag tot realisatie zo efficiënt mogelijk te doorlopen. Op dit moment duurt dat tussen de zes en negen maanden. De gemeente werkt nu aan een laadkader en een prognosekaart, waarop aangegeven staat waar laadpalen in de toekomst kunnen komen. “Als we dat weten, zijn we voornemens een groot verzamelverkeersbesluit te nemen”, vertelt Sander. “Daarmee kunnen we het proces een stuk korter maken.”
Voor het aanvraagproces maakt Delft gebruik van het aanvraagportaal laadpaalnodig.nl, net als alle andere gemeenten die deelnemen aan de concessie van Samenwerkende Gemeenten Zuid-Holland. “De portal wordt gebruikt om het hele proces van aanvraag tot plaatsing beter in kaart te krijgen en daardoor ook beter te kunnen sturen.”

Communicatie met bewoners

Sander vertelt dat op de verkeersbesluiten heel weinig bezwaren binnenkomen. Ook na plaatsing krijgt hij niet vaak te maken met negatieve reacties van omwonenden: “Eigenlijk hebben de meeste mensen niet zo heel veel problemen met laadpalen, tenzij die echt pontificaal voor een voordeur geplaatst worden. Op dit moment hebben we ook de luxe dat we kunnen kijken of het mogelijk is om ze aan de zijkanten van woningen te plaatsen. Maar er gaat natuurlijk in de toekomst een moment komen dat er zoveel laadpalen nodig zijn, dat dat niet altijd meer lukt.”
Een spanningsveld tussen EV-rijders en niet EV-rijders rond parkeerplaatsen is er op dit moment nog niet, maar hij kent gemeenten waar dit wel speelt. Het verzamelverkeersbesluit wil de gemeente gebruiken om bewoners goed te informeren over hoe de laadinfrastructuur er in Delft uit gaat zien.

Meebewegen met veranderende vraag

De grootste uitdaging voor Delft is om zo goed mogelijk mee te bewegen met de veranderende vraag. Sander ziet dat veel gemeenten manieren zoeken om daar goed mee om te gaan, bijvoorbeeld door strategische laadpalen te plaatsen of door prognosekaarten op te stellen. “Het is heel belangrijk dat je dat op een goede manier oppakt en op een goede manier neerzet, want het is de basis voor de komende jaren.”

Sander Wikkes vertelt in deze video over de uitrol van laadinfra in Delft: