Proeftuin Slimme Laadpleinen

In de afgelopen twee jaar zijn met het project ‘Proeftuin Slimme Laadpleinen’ 46 slimme laadpleinen gerealiseerd in 19 gemeenten. In o.a. Utrecht, Rotterdam, Amsterdam en Maastricht zijn er daarmee bijna 500 slimme laadpunten voor elektrische auto’s bijgekomen. Slimme laadpleinen bieden kansen om tegen lage kosten in korte tijd veel laadpunten te realiseren en kunnen zo bijdragen aan voldoende laadplekken voor de snel groeiende vloot elektrische auto’s in Nederland. Bovendien heeft slim laden grote potentie om het elektriciteitsnet te ontlasten.

Met slim laden bedoelen we slimme technieken die de laadtransactie op afstand kunnen aansturen. Minimaal betekent dit dat het opladen van elektrische auto’s op het meest optimale moment gebeurt, wanneer de kosten laag zijn en het aanbod van (duurzame) energie hoog. Op een slim laadplein worden veel laadpunten tegelijkertijd zo aangestuurd door ICT dat deze inspelen op de beschikbaarheid van het lokale stroomnet.

In de Proeftuin Slimme Laadpleinen wordt zowel met de opschaling van de laadinfra als de slimme laadtechnieken geëxperimenteerd. Op de slimme laadpleinen wordt ingezet op het gebruik van groen opgewekte lokale stroom, zoals uit zonnepanelen. Ook kan op de slimme laadpleinen de stroom zo worden verdeeld dat de auto’s die dat het meest nodig hebben als eerste worden opgeladen. Daarnaast is op een aantal projecten een batterijpakket, verwerkt in straatmeubilair, dat kan worden ingezet om te laden bij piekvraag. En met de vehicle-to-grid-techniek (V2G) kunnen daarvoor geschikte, ingeplugde auto’s die meedoen aan de experimenten in de Proeftuin gebruikt worden om stroom terug te leveren aan het net. Deze technieken samen vormen een belangrijke oplossing in de uitdagingen die de energietransitie met zich meebrengt.

De eerste resultaten uit het onderzoek laten zien dat de laadpleinen goed werken. Het bundelen van laadpunten op een plein geeft meer laadzekerheid voor automobilisten. Ook wordt de ruimte op laadpleinen efficiënter gebruikt en is er meer ruimte voor innovatie, doordat laadpleinen bijvoorbeeld goed te combineren zijn met batterijen of zonnedaken. Deze en de andere lessen die zijn getrokken uit de realisatie van de slimme laadpleinen, opgesteld door het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) samen met kennis- en innovatiecentrum ElaadNL en projectbureau Over Morgen, worden vandaag overhandigd aan staatssecretaris Van Weyenberg (Infrastructuur en Waterstaat) tijdens een seminar.
De lessen zijn hier te downloaden.

Snel meer laadplekken
Slimme laadpleinen zijn een goede oplossing voor de opschaling van de laadvraag. Zeker nu de komende jaren steeds meer energie opgewekt wordt uit duurzame energiebronnen, zoals zon en wind. Ze bieden kansen voor zowel de automobilist, die sneller meer laadplekken heeft, als voor het stroomnet, dat door de slimme aansturing optimaal benut kan worden. En dit is nodig, want in 2030 moeten we tegemoet komen aan een forse laadvraag: dan rijden er naar schatting 1.9 miljoen elektrische auto’s rond die gebruik moeten maken van ons laadnetwerk.

Slimme laadpleinen zijn een relatief nieuw verschijnsel. Nederland experimenteert er als een van de eerste landen mee. Het ministerie van IenW trekt 5 miljoen euro uit voor deze experimenten. Staatssecretaris van Weyenberg is opgetogen over de eerste resultaten uit de proeftuin: “Slimme laadpleinen hebben de toekomst. Ze geven zekerheid voor elektrische rijders, en zijn een oplossing om de druk op het elektriciteitsnetwerk te verlichten. Het mes snijdt aan twee kanten, ik raad gemeenten van harte aan om de mogelijkheden van slim laden te benutten.”

Een van de gemeenten die dat al deed is gemeente Maastricht. Het laadplein aan de Alexander Battalaan combineert veel innovaties in één project1: de laadpalen van het plein worden gevoed door zonnepanelen van een particuliere ondernemer, waarbij daarvoor geschikte auto’s dankzij V2G kunnen dienen als buffer van groene stroom. Deze auto’s met V2G techniek worden ingezet als deelauto.

Gemeenten aan zet
NKL heeft in het onderzoek niet alleen gekeken naar de resultaten van de proef, maar ook lessen getrokken die nodig zijn om overal in Nederland de potentie van slimme laadpleinen te benutten.

Roland Ferwerda, directeur NKL: “We hebben zeventien gouden lessen in een handzaam boekje opgeschreven. Gemeenten kunnen daarmee in één oogopslag zien hoe zij slim laden in kunnen zetten.”

Eind 2023 wordt de Proeftuin opgeleverd: dan zijn alle onderzoeken op de gerealiseerde laadpleinen gereed. De Proeftuin is onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), gesubsidieerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), ondersteund door het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL), het kennis- en innovatiecentrum van de netbeheerders ElaadNL en projectbureau Over Morgen.

Overweeg je de komst van een laadplein? Daar gaan heel wat afwegingen aan vooraf. De Handreiking Realisatie Laadpleinen biedt houvast met een uitgebreid stappenplan. Zo weet je precies waar je in welke fase aan moet denken. De handreiking is nu geactualiseerd, waarbij gebruik is gemaakt van ervaringen uit onder meer de Proeftuin Slimme Laadpleinen.

In 2019 verscheen de eerste editie van deze handreiking. Sindsdien zijn er in Nederland tientallen laadpleinen bijgekomen, en is er dus een schat aan ervaring opgedaan. Die ervaringen zijn onder meer gebruikt om in de vernieuwde handreiking dieper in te gaan op afwegingen rond de locatiekeuze.

Er is niet alleen meer ervaring opgedaan; ook de technische mogelijkheden hebben zich in de afgelopen twee jaar sterk ontwikkeld. De nieuwe handreiking gaat onder meer in op ‘V2G-ready’ laadpleinen.

De Handreiking Realisatie Laadpleinen is in de eerste plaats bedoeld voor gemeenten en voor CPO’s die gemeenten ondersteunen. Maar ook partijen die een privaat laadplein willen realiseren, kunnen de handreiking gebruiken, bijvoorbeeld om een goed onderbouwde keuze te maken voor een technische variant.

De handreiking is te gebruiken samen met de Basisset Afspraken Laadpleinen. Ook hiervan is een geactualiseerde versie in de maak.

Ga naar de handreiking.

VERPLAATST NAAR 29 NOVEMBER EN VIA LIVESTREAM

Gezien de ontwikkeling rond Corona en de maatregelen hieromtrent, hebben we uit voorzorg besloten het seminar Proeftuin Slimme Laadpleinen online te organiseren via een livestream verbinding. Om dit zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden, verplaatsen we dit online seminar naar 29 november. Het seminar duurt van 13.00 tot 14.15 uur. De link naar de livestream ontvangt u later. In 2022 zullen we naar een nieuw moment kijken waarop we elkaar live als netwerk kunnen ontmoeten om onze successen te vieren.

Programma seminar 
Om de ervaringen en geleerde lessen uit deze realisatiefase van de Proeftuin Slimme Laadpleinen met elkaar te delen, organiseren we een online seminar voor zowel projectleiders van gemeenten en bedrijven die (slimme) laadpleinen hebben gerealiseerd én die er nog mee aan de slag gaan de komende jaren. Deze onlinebijeenkomst biedt gemeenten en bedrijven namelijk concrete, inhoudelijke tips om direct aan de slag te kunnen met het realiseren van een slim laadplein! Het programma van het online seminar ziet er als volgt uit:

13.00 uur           start online seminar 

  • Introductie: wat hebben we met de Proeftuin Slimme Laadpleinen gerealiseerd? (incl. Handreiking Laadpleinen)
  • Vraaggesprek met projecten Groningen en Maastricht over de geleerde lessen in de praktijk. 
  • Gouden Lessen Proeftuin Slimme Laadpleinen worden overhandigd aan de staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Steven van Weyenberg.
  • Wat zijn uitdagingen voor de toekomst? ElaadNL licht een tipje van de sluier op.

14.15 uur           einde online seminar

Tijdens het seminar is voldoende ruimte om jouw eigen vragen te stellen. 
Heb je nu al vragen die je graag beantwoord ziet tijdens het seminar? Stuur ze alvast naar Jade Wissink (jwissink@nklnederland.nl), dan zorgen we dat deze vragen tijdens het seminar aan bod komen. 

We hopen dat je op 29 november online aan ons seminar kunt deelnemen, dus zet het seminar alvast in je agenda en meld je hier aan. Ken je mensen voor wie dit seminar ook interessant is? Stuur de uitnodiging met aanmeldlink dan vooral door. Iedereen die zich aanmeldt, ontvangt van ons de livestream link.

Namens de Proeftuin Slimme Laadpleinen,

Robbie Blok | Projectleider Kennisdeling Proeftuin Slimme Laadpleinen 
Jade Wissink | Communicatieadviseur Proeftuin Slimme Laadpleinen 

Een laadplein dat wordt gevoed met elektriciteit opgewekt door zonnepanelen op een particulier pand, waarbij de auto´s dankzij de Vehicle to Grid-techniek kunnen dienen als buffer van groene stroom, én waaraan een concept met deelauto´s is gekoppeld. Het gebeurt in Maastricht. Het idee voor dit slimme laadplein is afkomstig van architect Mathieu Bruls. Na jarenlange voorbereiding, en met ondersteuning van gemeente Maastricht en programmabureau Zuid-Limburg, is het laadplein per 6 oktober operationeel.

“Ik geloof in elektrisch vervoer en ik geloof in deelauto’s”, vertelt Mathieu Bruls over zijn initiatief. “Bovendien heb ik een pand in eigendom met tachtig zonnepanelen op het dak; dat levert een overmaat aan energie op voor het gebouw alleen.” Aldus ontstond het idee om voor de deur van het pand een laadplein aan te leggen, voorzien van lokaal opgewekte groene stroom. In samenwerking met eerst Limburg Elektrisch en later We Drive Solar, is daar de component bi-directioneel laden (Vehicle to Grid) aan toegevoegd. Op die manier kunnen elektrische auto’s als batterij van groene stroom fungeren en stroom leveren aan het pand op de momenten waarop de zonnepanelen dat niet doen.

‘Ik vind: als je een dergelijk experiment – want dat is het natuurlijk – ziet zitten, kun je het maar beter zelf doen. Dan hoef je in ieder geval één persoon minder te overtuigen.’

“Het concept met deelauto’s is in mijn ogen een meerwaarde, omdat je dan altijd verzekerd bent van elektrische auto’s bij je laadpalen”, verklaart Bruls. “In een 19de-eeuwse woonwijk met veel parkeerbehoefte kan dit goed werken; veel huishoudens hebben twee auto’s en slechts één parkeervergunning. Waarom stap je dan voor een tweede auto niet over op een deelauto? Ik zie deze problematiek voor de deur van mijn pand plaatsvinden. Ik vind: als je een dergelijk experiment – want dat is het natuurlijk – ziet zitten, kun je het maar beter zelf doen. Dan hoef je in ieder geval één persoon minder te overtuigen.”

The missing link
Achteraf, stelt Bruls, heeft hij zich een beetje verkeken op het project. “Het liet zich eenvoudig aanzien, maar het was toch een stuk ingewikkelder. Het heeft 3,5 jaar geduurd voordat er een goed plan lag. Met We Drive Solar aan boord ging het eigenlijk pas echt lopen. Daarna belandden we alsnog in een ambtelijke molen, waarbij politiek draagvlak moest worden gevonden en juridische zaken moesten worden geregeld.” Met name het subsidietraject – er is ook Europese subsidie verkregen voor dit project – was ingewikkeld. Hier bleek de gemeente Maastricht the missing link. Via de gemeentekas kon het geld alsnog naar de initiatiefnemers worden overgemaakt.

‘De gemeente stimuleert schoon, slim en duurzaam vervoer. De combinatie van deelauto’s die groene stroom terugleveren aan een pand is bovendien uniek.’

Bruls benadrukt dat het slimme laadplein voor hem vooral maatschappelijke waarde heeft; rijk zal hij er zelf niet van worden. “Zonder subsidie was dit project niet van de grond gekomen. Ik heb de meterkast in mijn pand moeten laten verzwaren. Dat had ik echt niet terugverdiend met het verkopen van energie. Sowieso is de digitale inrichting voor de energieafrekening nog wel een punt van aandacht. We Drive Solar koopt groene stroom bij mij in, maar het laadplein levert ook weer stroom terug aan het pand. Het is nu nog lastig om dat goed inzichtelijk te maken en te bepalen wat ik er financieel aan overhoud.”

Rugzak
De gemeente heeft daarnaast een faciliterende rol op zich genomen. Door het noodzakelijke papierwerk in orde te maken, maar ook door de aanleg van het laadplein te combineren met al geplande renovatiewerkzaamheden in de straat. “Wij juichen dit project van harte toe”, zegt Miranda Pas, senior beleidsmedewerker Mobiliteit. “De gemeente stimuleert schoon, slim en duurzaam vervoer. De combinatie van deelauto’s die groene stroom terugleveren aan een pand is bovendien uniek. Een mooie case om mee te oefenen. Het heeft de nodige administratie en juridisch uitzoekwerk gekost, maar die kennis nemen we mee in onze rugzak voor toekomstige projecten.”

Het resultaat is een slim laadplein aan de Alexander Battalaan met vijf laadpalen, waar in totaal tien elektrische auto’s tegelijk kunnen laden. De grond is eigendom van de gemeente, het pand van Bruls levert groene stroom en We Drive Solar is zowel verantwoordelijk voor de laadpalen als het deelauto-concept. Zes van de laadplekken worden beschikbaar gehouden voor deelauto’s. “De spin-off van dit project is hopelijk dat er minder ‘blik’ op straat komt”, ontvouwt Bruls zijn visie. “Één deelauto kan vijf normale auto’s vervangen. Als we 25 gebruikers weten te mobiliseren, kunnen zij per saldo af met twintig auto’s minder.” Pas: “En dat sluit weer aan bij het streven van de gemeente om de binnenstad van Maastricht autoluw te maken.”

openingPSLmaastricht2

Officiële opening van het slimme laadplein in Maastricht. Met in het midden initiatiefnemer Mathieu Bruls. Rechts NKL-directeur Roland Ferwerda.

Binnen de Proeftuin Slimme Laadpleinen is opnieuw een locatie opgeleverd. In Duivendrecht is een laadplein in gebruik genomen dat zich met name richt op elektrische stadsdistributie. Onder meer elektrische bestelauto’s kunnen hier worden opgeladen met groene stroom; in de toekomst zelfs met lokaal opgewekte zonne-energie. Een mooi voorbeeld van hoe ‘slim’ laden ook is toe te passen binnen de logistieke sector.

Het slimme laadplein in Duivendrecht is ontwikkeld door MRA-Elektrisch, het samenwerkingsverband van overheden die het elektrisch rijden in de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht vooruithelpt, en bestaat uit acht laadpunten, een snellader en een Battery Energy Storage System. Dat laatste is een groot batterijenpakket dat stroom kan bufferen. Het Battery Energy Storage System zorgt voor stabiliteit op het elektriciteitsnet door pieken en dalen in het stroomaanbod en de -afname op te vangen. Dat maakt uitbreiding van de elektrische vloot gemakkelijk. Een verzwaring van de netaansluiting is niet meer nodig.

Van diesel naar elektrisch
Onder meer Deudekom maakt al gebruik van het nieuwe laadplein. Dit bedrijf laadt goederen vanuit grote dieselvrachtwagens over in kleinere elektrische bestelwagens. Die leveren de bestellingen af bij de klanten in de stad. Goederen van verschillende leveranciers worden gebundeld en zoveel mogelijk in één keer bezorgd. Dat is efficiënt én levert milieuwinst op. Vanaf 2025 zijn binnen de Ring A10 in Amsterdam alleen nog uitstootvrije vracht- en bestelwagens welkom. Deudekom laat zien dat dit kán, door van (diesel)voertuigen over te stappen op elektrisch.

Kennis delen
“Dat het laadstation juist hier is geopend, is niet voor niets”, zegt wethouder Rineke Korrel van gemeente Ouder-Amstel. “De locatie bij de Ring A10 is strategisch en Deudekom is een pionier in zero emissie stadslogistiek.” Ook bestuurlijk opdrachtgever Jeroen Olthof (gedeputeerde Noord-Holland) is enthousiast. “De kennis die we hier opdoen, laten we direct ten goede komen aan initiatieven elders. Zo helpen we de logistieke sector de overstap naar elektrische vracht- en bestelwagens maken. Precies zoals we dat met personenauto’s in onze regio ook al heel succesvol doen.”

De Proeftuin Slimme Laadpleinen is onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). De Proeftuin wordt gesubsidieerd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, ondersteund door het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL Nederland), het kennis- en innovatiecentrum van de netbeheerders ELaadNL en projectbureau OverMorgen. Met deze proeftuin realiseren we 46 laadpleinen in 19 gemeenten. Kennisdeling is een belangrijke pijler.

Met een symbolische digitale druk op de knop heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) twee nieuwe laadpleinen in Haarlemmermeer en Zeist officieel van stroom voorzien. Met deze plechtigheid werd stilgestaan bij de vorderingen die worden gemaakt binnen de Proeftuin Slimme Laadpleinen van NKL.

Met de Proeftuin Slimme Laadpleinen realiseren we 46 laadpleinen in 19 gemeenten. Kennisdeling is een belangrijke pijler van de proeftuin. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu wil met het subsidiëren van deze proeftuin bereiken dat de techniek steeds verder wordt ontwikkeld en aantrekkelijk wordt gemaakt voor gebruikers en marktpartijen. Ook de nieuwe laadpleinen in Haarlemmermeer en Zeist dragen bij aan de transitie naar elektrisch vervoer.

Heldere doelstelling
Staatssecretaris_Van_Veldhoven_opent“Hiermee zetten we een stap in ons tegelijkertijd ambitieuze maar ook realistische plan om elektrisch rijden betaalbaar en bereikbaar te maken voor iedereen”, zei staatsecretaris Van Veldhoven tijdens de openingshandeling. “Het klimaatakkoord geeft ons een heldere doelstelling. Vanaf 2030 willen we ervoor zorgen dat er in Nederland alleen nog maar auto’s zonder emissie bijkomen in ons wagenpark. Dat betekent dat er dan ook voldoende laadplaatsen moeten zijn, die bovendien groene stroom leveren. Dan rijd je dus dubbel schoon.”

“De ontwikkeling van technologie en het gebruik van een batterij leveren een belangrijke bijdrage aan de noodzakelijke energietransitie: het ontlasten van het stroomnet en het benutten van groene stroom op het moment dat deze geproduceerd wordt. Slim laden is de sleutel naar een schone toekomst. Het is mooi dat de gemeenten Haarlemmermeer en Zeist aan de slag zijn gegaan met unieke en innovatieve projecten, waarbij enorm goed is nagedacht over het omspringen met publieke ruimte. Dat helpt mee voor het vergroten van het draagvlak in de samenleving.”

Laadplein to Grid
De gemene deler tussen de laadpleinen in Haarlemmermeer en Zeist is dat de laadplekken niet exclusief worden gereserveerd voor EV-rijders. Het zogenoemde combinatie parkeren wordt goed gemonitord. In Haarlemmermeer wordt ingezet op een dynamisch parkeersysteem waar met blauwe of groene lampen op de laadpaal duidelijk is of de plek beschikbaar is om te laden of alleen parkeren. In Zeist wordt het aan de parkeerder zelf overgelaten om op het juiste moment op de juiste plek te gaan staan.

Op beide pleinen wordt ook de samenhang tussen de laadbehoefte van elektrische rijders en de piekbelasting van het elektriciteitsnet nader onderzocht. In Haarlemmermeer is bovendien een batterij aangebracht die groene stroom opslaat en deze waar mogelijk teruglevert aan het net; Laadplein to Grid in plaats van Vehicle to Grid. Deze batterij is bovendien fraai geïntegreerd in het straatmeubilair.

Wethouder_Haarlemmermeer_bewerkt
Wethouder Marja Ruigrok zittend op de batterij die is geïntegreerd in het straatmeubilair 

Nog veel te leren
“De kennis die we in de proeftuin opdoen willen we delen met de rest van Nederland”, aldus Roland Ferwerda, directeur van NKL. “We willen gemeenten helpen die worstelen met het transitievraagstuk naar elektrisch vervoer. Het gaat niet alleen om techniek, maar ook om juridische, organisatorische en financiële elementen. We hebben nog veel te leren en proberen zoveel mogelijk informatie te verzamelen. We leveren nu slimme laadpleinen op, maar daarna begint eigenlijk pas het echte werk: aan de hand van data gaan we leren welk laadplein het beste past in een specifieke situatie. De belofte is om die kennis en inzichten te ontsluiten naar iedereen die bezig is met de ontwikkeling van laadpleinen.”

Voor meer informatie verwijzen we je graag door naar onze veelgestelde vragen over de Proeftuin Slimme Laadpleinen én de eerste geleerde lessen en ervaringen, die zijn terug te vinden op ons Kennisloket voor gemeenten.

Terugkijken
Het digitale programma rondom de opening van de laadpleinen in Haarlemmermeer en Zeist is terug te zien via de onderstaande opname. Hierin zijn onder meer video’s opgenomen van de desbetreffende laadpleinen en komen betrokkenen aan het woord over de innovaties en de gemaakte keuzes.

Hier vindt u antwoord op de meeste gestelde vagen over de Proeftuin Slimme Laadpleinen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan gerust contact met ons op via info@nklnederland.nl

Met de Proeftuin Slimme Laadpleinen realiseren we 46 laadpleinen in 19 gemeenten. Kennisdeling is een belangrijke pijler van de proeftuin. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu wil met het subsidiëren van deze proeftuin bereiken dat de techniek steeds verder wordt ontwikkeld en aantrekkelijk wordt gemaakt voor gebruikers en marktpartijen. De deelnemende gemeenten leren van elkaar door opgedane kennis openbaar te maken via diverse platforms, zodat alle gemeenten in Nederland ervan kunnen profiteren.

Slim laden – ook wel ‘smart charging’ genoemd – is in essentie een stuursignaal dat aangeeft wanneer en met welke snelheid een elektrische auto wordt geladen. Je plugt de auto dus gewoon in, maar deze gaat niet altijd meteen en maximaal laden. Slimme technieken zorgen ervoor dat deze op optimale tijdstippen en met optimale snelheid laadt. Die optimalisatie vindt bijvoorbeeld plaats op beschikbaarheid van duurzame stroom uit zon en wind, het vermijden van piekuren op het stroomnet, of op prijs.

Vehicle to Grid (V2G) is een verdergaande vorm van slim laden en houdt in dat de batterij van een auto (groene) stroom opslaat en deze stroom op een later moment via de laadpaal teruglevert aan het net of bijvoorbeeld aan een huis. Oftewel: van voertuig naar netwerk.

De vraag naar elektriciteit neemt steeds meer toe. Daar draagt ook de groei van het aantal elektrische auto’s aan bij. Tegelijkertijd groeit ook het aantal duurzame stroomopwekinstallaties, zoals zonnevelden en windmolens. In de proeftuin verkennen we de mogelijkheden om hierop in te spelen. Door middel van slim laden worden elektrische auto’s worden sneller opgeladen op momenten dat het aanbod van groene stroom het grootst is. Met V2G zorgen we ervoor dat de overcapaciteit aan groene stroom wordt opgeslagen in de accu’s van elektrische auto’s en wordt teruggeleverd aan het net op momenten dat de vraag naar elektriciteit groot is. Op die manier ontlasten we het elektriciteitsnet tijdens piekmomenten en maken we optimaal gebruik van groene stroom.

Slim laden gebeurt al op veel plekken. Bijvoorbeeld bij bedrijven waar veel auto’s tegelijk laden en in diverse proefprojecten met publieke laadpalen. Stroom terugleveren aan het net met V2G gebeurt nog niet veel. Die techniek is nog volop in ontwikkeling. In de Proeftuin Slimme Laadpleinen wordt veel getest met V2G. De realisatie van slimme laadpleinen zorgt bovendien voor een toename van het aantal slimme laadplekken in Nederland en maakt Nederland ook klaar voor V2G.

De Proeftuin Slimme Laadpleinen wordt mede mogelijk gemaakt door subsidiegelden van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, omdat laadpleinen worden gezien als een oplossing voor de groeiende laadbehoefte. In de Proeftuin jagen we het ontwikkelen van slimme oplossingen en laadconcepten aan door deze te testen. Een belangrijke pijler is kennisdeling. Bij de realisatie van slimme laadpleinen loop je tegen andere zaken aan dan bij het plaatsen van een reguliere laadpaal. Die ervaring willen we delen, zodat we niet overal het wiel opnieuw hoeven uitvinden. De opgedane kennis geeft een impuls aan de markt om deze technologie rendabel te maken.

De kennis wordt gedeeld door het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL). Voorbeelden zijn het document ‘Handreiking Laadpleinen’ en de pagina met ‘geleerde lessen en ervaringen Proeftuin Slimme Laadpleinen’. Door deze kennisdeling – en ook schaalvergroting – verwachten we dat het eenvoudiger en rendabeler wordt om laadpleinen aan te leggen.

Er komt veel kijken bij slim laden en stroom terugleveren aan het net (V2G). Allereerst is de juiste hardware nodig: de laadpalen en auto’s moeten er klaar voor zijn. Daarnaast is er software nodig om de laadpalen en de auto’s aan te sturen. Om de hardware en software op elkaar te laten aansluiten, werken we samen met laadpaalleveranciers en softwareontwikkelaars, maar ook met bijvoorbeeld energieleveranciers en netbeheerders. Deze vorm van publiek-private samenwerking maakt Nederland koploper als het gaat om het innoveren van elektrisch vervoer.

  1. Naast reguliere laadpalen hebben we laadpleinen nodig om te kunnen voorzien in de laadbehoefte van alle elektrische auto’s.
  2. Met de concentratie van laadpalen op een plein wordt de openbare ruimte minder belast.
  3. Het is een voordeel dat voor de aanleg van een laadplein slechts één netaansluiting nodig is in plaats van diverse aansluitingen voor losse laadpalen.
  4. Een laadplein is eenvoudig uit te breiden met extra laadplekken.
  5. Laadpleinen zijn vaak beter vindbaar en bieden voor de elektrische rijder meer laadzekerheid, omdat er meer kans is op een vrije plek.

Een groot laadplein betekent niet direct dat alle parkeerplekken worden gereserveerd voor het opladen van elektrische auto’s. In de Proeftuin onderzoeken we in hoeverre een combinatie mogelijk is waarbij laadplekken ook kunnen worden gebruikt voor het parkeren van niet-elektrische auto’s. In gemeente Haarlemmermeer wordt een proef gedaan met een dynamisch parkeersysteem, waarbij de vakken naar behoefte worden afgekruist. Op het moment dat er niet wordt geladen, zijn er ook laadplekken beschikbaar als parkeerplek voor niet-elektrische auto’s. Dit biedt een voordeel ten opzichte van losse laadplekken die wél altijd zijn gereserveerd voor elektrische auto’s.

Er zijn op dit moment nog niet veel auto’s die stroom kunnen terugleveren aan het net, maar diverse fabrikanten zijn ermee bezig. In de Proeftuin Slimme Laadpleinen proberen we de innovatie verder aan te jagen, samen met gemeenten, gebruikers, fabrikanten en netbeheerders. Daarnaast is er is extra aandacht voor het ontwikkelen van een aantrekkelijke propositie voor de elektrische rijders, zodat zij dit zelf graag willen doen. We onderzoeken bijvoorbeeld de mogelijkheid om korting op de laadprijs te verstrekken of een vergoeding te geven bij teruglevering van stroom.

Het is wettelijk toegestaan om stroom terug te leveren aan het net, zoals dat nu ook al gebeurt met zonnepanelen. Toch zijn er mogelijk aanpassingen nodig in de wet- en regelgeving. Zo is er bij V2G sprake van dubbele energiebelasting als dit via publieke laadpalen gebeurt (bij het laden van de elektrische auto en het opnieuw laden na teruglevering aan het net) en of er een noodzaak en mogelijkheid is daar iets aan te veranderen. De evaluatie van de energiebelasting waarin dit vraagstuk wordt meegenomen, wordt in de eerste helft van 2021 afgerond.

De Proeftuin Slimme Laadpleinen is onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), gesubsidieerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), ondersteund door het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL Nederland), het kennis- en innovatiecentrum van de netbeheerders ElaadNL en projectbureau Over Morgen.

Binnen de Proeftuin Slimme Laadpleinen worden verschillende innovatieve oplossingen in de praktijk ontwikkeld en getest. Een van de belangrijke pijlers van de Proeftuin is het delen van kennis over deze innovaties. Dat doen we onder meer door het ophalen van ervaringen en geleerde lessen bij de verschillende projecten. De oogst brengen we samen op deze pagina is onderverdeeld in geleerde lessen en ervaringen ten aanzien van techniek, organisatie, wetgeving en financiën. Ze zijn te gebruiken bij de realisatie van zowel ‘slimme’ als ‘gewone’ laadpleinen. We zullen regelmatig nieuwe lessen en ervaringen toevoegen. De aandachtspunten worden ook opgenomen in andere kennisproducten, zoals in de ‘Handreiking realisatie laadpleinen’.

Lessen

    1. Test naast de hardware ook de software goed
      Techniek is meer dan alleen hardware. Als het gaat om V2G (het opslaan en terug leveren van groene stroom aan het net) is de software nog niet uitontwikkeld en gestandaardiseerd. Er moet vooral getest worden op de veilige werking van het systeem en of de registratie en verwerking van teruggeleverde energie goed gaat, zowel in het laadpunt als in de backoffice. Kijk dus naast de hardware ook goed naar de software. Kan deze software worden geïntegreerd in de achterliggende infrastructuur en systemen.

 

    1. Plaats een batterij tussen netaansluiting en laadpaal om het vermogen te verhogen
      Bij sommige laadpleinen is het geleverde vermogen via de netaansluiting beperkt. Hierdoor kan niet het gewenste vermogen worden geleverd op de momenten dat deze gevraagd wordt. Hier biedt het plaatsen van een batterij tussen netaansluiting en laadpaal een oplossing om tóch het gewenste hogere vermogen te leveren. Op momenten dat er niemand gebruikmaakt van het laadplein, laadt de batterij op. Vervolgens levert de batterij het vereiste vermogen terug als er wél auto’s zijn aangesloten.

 

  1. Een laadplein aansluiten op een bestaande netaansluiting kan aanvullende technische aanpassingen met zich meebrengen
    Het aansluiten van een laadplein op bestaande netaansluitingen is qua kosten en organisatie in de basis voordeliger. Mits die koppeling zonder problemen is te maken. In Den Haag – waar het plan was om een laadplein aan te sluiten op het tramnet van de HTM – bleek het bijvoorbeeld noodzakelijk om een transformator in te voegen om gelijkstroom (DC) om te zetten naar wisselstroom (AC). Dit betekende aanvullende kosten én stroomverlies. Onderzoek dus goed of integratie zin heeft of dat er toch beter gekozen kan worden voor een compleet nieuwe aansluiting.

 

Ervaringen

  1. Wisselstroom of gelijkstroom voor V2G is nog geen uitgemaakte zaak
    De discussie om voor V2G wisselstroom (AC) of gelijkstroom (DC) te gebruiken, is nog niet geslecht. In de Proeftuin Slimme Laadpleinen worden AC en DC (met zowel ChaDeMo- als CCS-stekkers) getest met verschillende type auto’s, soms ook in combinatie. V2G-laadpalen zijn vol in ontwikkeling en de beschikbaarheid is nog schaars, zowel voor AC als DC. Mogelijk dat de Proeftuin hier meer inzichten in brengt en/of grote spelers in de auto-industrie ertoe verleidt om bepaalde keuzes in technologie te maken.

Lessen

      1. De aanstelling van een projectleider is cruciaal
        Het realiseren van een laadplein kost veel tijd. Afhankelijk van de processtappen (locatiekeuze, participatie en communicatie, inkoop, verkeersbesluit en realisatie) duurt het traject een half jaar tot een jaar. Tijdens dit traject is afstemming met veel betrokken partijen noodzakelijk, wat niet vanzelf gebeurt. Als niemand deze rol expliciet op zich neemt, zijn er dan ook veel struikelblokken waar extra vertraging kan ontstaan of een project zelfs helemaal strandt. De inzet van een toegewijde projectleider is dan ook cruciaal. De projectleider verzorgt afstemming met alle betrokken partijen.

      2. Maak het laadplein onderdeel van een integraal herinrichtingsplan voor meer draagvlak
        Gaan niet direct alle handen op elkaar voor de realisatie van een laadplein? De herinrichting van een gebied schept mogelijkheden om het laadplein daarin mee te nemen. Pak die kans dus. Voor een integraal plan is vaak meer draagvlak te vinden dan voor een op zichzelf staand project en er kan direct rekening worden gehouden met een optimale inrichting voor een laadplein.

      3. Ga in een vroegtijdig stadium in gesprek met beheerders van een bestaande netaansluiting
        De koppeling van een laadplein aan een bestaande netaansluiting kan tijd en geld schelen. Echter is het wel zo dat soms aanvullende afspraken nodig zijn of dat een netaansluiting moet worden verzwaard. Om vertraging van een project te voorkomen, moeten de uitdagingen op dit vlak snel inzichtelijk zijn. Het is daarom van belang om in een vroegtijdig stadium om de tafel te gaan met de netbeheerder en/of de beheerder van een gebouw.

      4. Initiatiefnemer hoeft geen expert te zijn
        Laat je bij de plannen voor een laadplein niet weerhouden door een gebrek aan kennis over laadinfrastructuur. Door goed samen te werken met marktpartijen hoef je zelf geen expert te zijn. Die marktpartijen hebben er bovendien zelf ook alle belang bij dat een laadplein goed werkt en exploitabel is.

Ervaringen

      1. Het loont om met diverse gemeenten samen tegelijk laadpleinen te realiseren
        De gemeenten Rotterdam, Gouda en Schiedam trekken samen op in een project waarbij tegelijkertijd diverse laadpleinen worden gerealiseerd. Dit scheelt deze initiatiefnemers veel tijd, met name in het inkooptraject.

      2. Voorkom onnodig bezet houden (elektrische) parkeerplaatsen bij hoge parkeerdruk
        Hoe creëer je draagvlak voor een laadplein op een locatie waar de parkeerdruk hoog is? In Haarlemmermeer wordt getest met een dynamisch parkeersysteem. Dit systeem regelt dat er altijd een minimum aantal laadplekken vrij is voor elektrische rijders. Op de overige plekken mogen zowel elektrische als niet-elektrische auto’s parkeren.

      3. Een laadplein heeft gevolgen voor een locatie die ook voor evenementen wordt gebruikt
        Parkeerterreinen dienen vaak óók als evenementenlocatie. In Middelburg doet de situatie zich voor dat de laadlocatie vanwege evenementen niet altijd beschikbaar is. Tegelijkertijd is het ook zo dat op een slim laadplein bepaalde evenementen niet langer doorgang kunnen vinden. In Zeist bleek het onmogelijk een circus en kermis te huisvesten vanwege de laadinfrastructuur midden op het plein.

Lessen

      1. Neem omwonenden tijdig mee in het proces
        Bij de realisatie van een slim laadplein hebben omwonenden inspraak. Inspraakprocedures kunnen het traject vertragen. Het is daarom raadzaam om deze doelgroep tijdig mee te nemen in het proces om voldoende draagvlak te creëren. Let wel: burgerparticipatie kost tijd. Maar het kost nog meer tijd als het te laat wordt opgestart.

      2. Goede inpassing van laadinfrastructuur in de omgeving neemt bezwaren weg
        Laadinfrastructuur is beeldbepalend en kan tot bezwaren leiden bij monumenten- of welstandcommissies, met name bij locaties in historische binnensteden. Een slimme oplossing door laadobjecten te ‘verstoppen’ in groenvoorzieningen kan op weerstand stuiten van groenbeheer. Denk in de ontwerpfase dus goed na over een goede inpassing van de laadinfrastructuur in de omgeving. Dit kan bezwaren voorkomen of wegnemen.

      3. Houd rekening met verkeersveiligheid bij de aanleg van nieuwe parkeerplekken
        Bij een van de  projecten was het oorspronkelijke plan om haaks op een ontsluitingsweg laadplekken aan te leggen. Te gevaarlijk, oordeelde de politie en de initiatiefnemers moesten terug naar de tekentafel. Houd bij de locatiekeuze dus rekening met de eisen die worden gesteld aan de verkeersveiligheid. Overigens betrof het hier een compleet nieuwe situatie en was geen sprake van een bestaand parkeerterrein dat werd omgevormd tot een slim laadplein.

      4. Neem brandveiligheid als thema mee bij plaatsing van laadplekken in met name parkeergarages
        De discussie over brandveiligheid in combinatie met het opladen van elektrische auto’s (en andere voertuigen) wordt steeds prominenter. Met name parkeergarages worden gezien als risicofactor. Verdiep je dus goed in de eisen en richtlijnen die worden gesteld. Brandveiligheid is ook een aandachtspunt bij het realiseren van een krachtige netaansluiting op straat of bij het plaatsen van een batterij. Hiervoor zijn richtlijnen met betrekking tot minimale afstand tussen laadpalen en aansluiting, en laadpalen onderling. Eisen ten aanzien van (brand)veiligheid zijn onder andere hier terug te vinden.

      5. Houd rekening met het aantreffen van verontreinigde grond
        Voor de realisatie van een laadplein moet onder meer een graafvergunning worden aangevraagd bij de gemeente, die vervolgens ook grondonderzoek verricht. In Zeist werd hierbij verontreinigde grond aangetroffen. Deze moest eerst worden gesaneerd door de Omgevingsdienst. Dit leverde vertraging op van het project en zorgde voor meerkosten.

Ervaringen

      1. Op eigen terrein van de gemeente is geen verkeersbesluit nodig
        Er zijn situaties mogelijk waarbij de laadinfrastructuur op een terrein komt dat wél van de gemeente is, wél openbaar toegankelijk is, maar níét onder de openbare weg valt. Bijvoorbeeld het parkeerterrein van een sportvereniging, zoals in Breda het geval is, maar je kunt ook denken aan parkeerplekken bij zwembaden of voor het gemeentehuis. In deze situaties is geen verkeersbesluit nodig voor de realisatie van het slimme laadplein.

Lessen

      1. Bij de locatiekeuze is het doen van een goed marktonderzoek essentieel
        In Groningen bleek de gekozen locatie voor een slim laadplein niet haalbaar volgens marktpartijen met betrekking tot de business case en het verwachte gebruik. De meest wenselijke locatie was hier niet de meest commercieel rendabele. Het doen van goed marktonderzoek is dus van groot belang.

      2. De koppeling van een slim laadplein aan een bestaande netaansluiting is financieel aantrekkelijk
        Een slim laadplein aansluiten op een (grote) netaansluiting van een nabijgelegen gebouw levert financiële voordelen op. Immers: wat er al is qua infrastructuur, hoef je niet opnieuw aan te leggen. Als dat gebouw dan ook nog eens energie opwekt door middel van zonnepanelen, is zelfs sprake van dubbele winst. De koppeling aan een bestaande netaansluiting vergt wel goede afstemming met beheerders.

      3. Hoe gunstiger de plaatsing van laadinfrastructuur, hoe lager de kosten
        Hoe groter de afstand van de laadpalen tot het net, hoe duurder. Een gunstige plaatsing van de laadinfrastructuur zorgt er dus voor dat geld kan worden bespaard. Het gaat hier niet alleen om de laadpalen maar ook om de verdeelkasten, waarvan het soms lastig is deze in te passen in de openbare ruimte. Die puzzel kan het best in een zo vroegtijdig stadium worden gelegd, om beter inzicht te krijgen in de kosten.

Ervaringen

      1. Achteraf hardware aanpassen aan V2G is duur en soms zelfs onmogelijk
        Wel of geen Vehicle to Grid (V2G), waarbij elektrische auto’s stroom terug kunnen leveren aan het net? De V2G-technieken zijn nog niet uitontwikkeld. Bij twijfel is het advies is om V2G toch direct mee te nemen in de hardware of hier in ieder geval goede afspraken over te maken. Achteraf hardware aanpassen aan V2G is duur en soms zelfs onmogelijk, bijvoorbeeld vanwege de beschikbare ruimte in de kast.

      2. Het aanbrengen van transformators is kostbaar
        Om DC-laadinfrastructuur (gelijkstroom) ook geschikt te maken voor AC-laden (wisselstroom) zijn kostbare omvormers/transformators noodzakelijk. Houd hiermee rekening in de business case, zodat een project niet duurder uitpakt dan eerder was begroot.

Deel deze geleerde lessen en ervaringen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

De Proeftuin Slimme Laadpleinen is onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), gesubsidieerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), ondersteund door het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL Nederland), het kennis- en innovatiecentrum van de netbeheerders ElaadNL en projectbureau Over Morgen.