10. Laadinfra en energienetwerk: flexibiliteit van alle partijen nodig

“Flexibiliteit is meer dan een toverwoord”, zegt Aart-Jan de Graaf, lectoraat Meet- en Regeltechniek bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Ons dagelijks leven wordt steeds meer elektrisch: ons huishouden en ons vervoer. “Willen we dat gebruikers ook in de toekomst op elk gewenst moment energie hebben, dan moeten we nu aan de slag”, waarschuwt De Graaf. Netbeheerders, gemeenten, de overheid, de industrie en gebruikers spelen ieder hun eigen rol in de wisselwerking tussen energienetwerk en laadinfrastructuur. Daarbij wordt van alle betrokken partijen flexibiliteit gevraagd.

De overheid stimuleert elektrisch rijden, maar wat gebeurt er als automobilisten en masse in een elektrisch voertuig (EV) stappen? Momenteel kunnen de netbeheerders de energievraag in woonwijken nog wel aan. Als er in een straat één of twee EV’s tegelijkertijd staan te laden, zal dat geen problemen opleveren. Anders wordt het als er meer dan twintig EV’s opgeladen moeten worden. “Dat kunnen de stroomnetbeheerders niet aan”, weet De Graaf. “In de binnensteden is het nu al vaak kantje boord.”

Gebruiker: laden kun je overal

Wie nu door een straat wandelt, ziet voor iedere huisdeur een parkeerplaats. Automobilisten hebben hun auto het liefst in het zicht. Als elektrisch rijden de norm wordt, wordt er van de gebruiker flexibiliteit verwacht. Parkeren én laden voor de deur zal niet altijd meer kunnen. ”Een EV is eigenlijk een accu op wielen”, zegt De Graaf, en daar is hij niet de enige in. “Laden kun je overal, en waarom zou je daar geen gebruik van maken?” Laden kan bijvoorbeeld bij de werkplek of op een andere locatie. Op die manier wordt de druk op het net in de wijk verlicht. Bijkomend voordeel is dat EV’s in dit scenario niet allemaal op hetzelfde moment staan te laden. Sterker; in de nabije toekomst kunnen EV’s energie terugleveren aan het net. Met dit aspect van smart charging kunnen ze tijdens piekuren het elektriciteitsnet zelfs ondersteunen.

Lokale overheden: zet laadinfra slim in

Lokale overheden kunnen met regulerend beleid de druk op het energienet in de wijk ontlasten. Zo kunnen ze de EV-rijder sturen in het laadgedrag. Bijvoorbeeld door laadinfra op slimme wijze te spreiden binnen een wijk, maar ook door de aanleg van laadpleinen net buiten de wijk. Verder zouden lokale overheden te rade moeten gaan bij private partijen, bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen. Daar kan vrij eenvoudig een goede laadinfrastructuur worden aangelegd. Bovendien is het laden op een bedrijfsterrein ideaal voor woon-werkverkeer. “Je moet het opladen zo veel mogelijk uit de wijk halen en faciliteren bij bedrijven”, zegt De Graaf. Daarnaast moeten lokale overheden nu al goed kijken naar de toekomst. Laadinfra moet klaar zijn voor smart charging. Het is zaak om daar nu al bij beleidsvorming en aanbestedingen rond laadinfra rekening mee te houden.

Industrie: zet in op innovatie

Vanzelfsprekend kan de industrie ook bijdragen aan een flexibele energietransitie door smart charging op grote schaal vlot te trekken. Het project ECISS (Emobility Communication & Information System Structure) heeft een architectuurplaat ontwikkeld waarin laadinfrapartijen in de brede context van het energienetwerk zijn geplaatst. De architectuurplaat laat zien dat een laadpunt voor meer gebruikt kan worden dan alleen elektriciteitsafname.

De auto-industrie kan een bijdrage leveren door batterijen geschikt te maken voor teruglevering. Natuurlijk is het ook zaak om batterijen door te blijven ontwikkelen en te zorgen voor een hogere capaciteit. Dat betekent wel dat de transportcapaciteit van het netwerk vergroot moet worden.

Netbeheerders: capaciteitsbehoefte groeit

En de netbeheerders dan? Die hebben toch de taak om te zorgen voor genoeg energie? Tot nu toe was dat vrij simpel. “Het elektriciteitsnet heeft een bepaalde capaciteit”, legt De Graaf uit. “Daarmee kon je in het verleden zeker veertig jaar toe. Maar de vraag naar stroom wordt steeds groter en het is lastig voor netbeheerders om daar flexibel op in te spelen.” In de komende jaren zal de vraag nog sneller toenemen. Ondanks dat zijn de netbeheerders aan handen en voeten gebonden. Het enige dat ze nog kunnen doen, is de capaciteit uitbreiden. Daar zitten veel haken en ogen aan. Voor de aanleg zijn tal van vergunningen nodig en het duurt erg lang voor die worden afgegeven. Daarbij komt nog dat de netbeheerders nu al behoorlijk wat aanvragen open hebben staan. Die kunnen ze met moeite vervullen, bijvoorbeeld omdat er te weinig geschoold personeel is.

Overheid: proactief voor ambities energietransitie

Nederland wil werk maken van de energietransitie. De politiek doet er door middel van subsidies en andere maatregelen alles aan om elektrisch rijden voor een breed publiek en voor logistiek Nederland bereikbaar te maken. “Maar daarmee is de rol van de overheid nog niet klaar”, benadrukt De Graaf. “Er ligt ook een taak om de stroomcapaciteit zo op te voeren dat Nederland niet in de problemen komt als we met z’n allen een EV hebben.” In de huidige situatie is de laadinfrastructuur ontoereikend voor de ambities van de politiek, laat staan de netcapaciteit. “De overheid zal daar een proactief beleid op moeten voeren”, vindt De Graaf. Dat kan bijvoorbeeld door netbeheerders te steunen bij de uitbreiding van hun capaciteit en lokale overheden meer armslag te geven om eigen voorstellen uit te werken om tot een slimme laadinfra te komen.

Wil je meer weten of zoek je antwoord op vragen over jouw rol in de totstandkoming van een goede laadinfrastructuur? Neem contact op. Wij brengen je met de juiste spelers in contact.